Jaren-vijftig-samenleving krijgt van Nederland de 21ste eeuw door de strot geduwd

De intimiderende grijsblauwe nieuwbouw van de Belastingsdienst op Bonaire bulkt uit boven de kleurrijke rest van het minuscule Kralendijk en wordt smalend “het huis van de tollenaar” genoemd. De belastingontvanger bepaalt in Caribisch Nederland het imago van de nieuwe overheid.

De mini-economieën die vroeger floreerden op Bonaire, St. Eustatius en Saba (BES) bezwijken onder de fiscale druk. Bovendien is door belastingen en accijnzen en door de invoering van de dollar het leven voor veel eilandbewoners onbetaalbaar duur geworden, vooral voor de gepensioneerden. De BES eilandjes zijn op 10 oktober van vorig jaar gemeenten van Nederland geworden.

Niet enkel de verstikkende belastingen frustreren de bewoners van de BES eilanden. In hun ogen heeft de aansluiting met Nederland nog wel meer ellende opgeleverd.

De Rijksvertegenwoordiger, de hoogste Nederlandse functionaris in de Nederlandse Cariben, spreekt voorzichtig in zijn eerste halfjaarlijkse rapport over de “veelgehoorde klacht van verlies van eigen identiteit en cultuur” en over “de toestroom van Europese Nederlanders en de vrees steeds minder te zeggen te hebben op het eigen eiland”. Hij zegt “dat er teveel is veranderd in kort tijdsbestek” en dat “voorkomen dient te worden dat het beeld ontstaat dat Nederland zijn belofte niet nakomt over het verbeteren van het voorzieningenniveau op het eiland.”

De Bonairiaanse oud-politicus Jopie Abraham schrijft het wat forser op in een open brief aan minister Piet Hein Donner van Koninkrijksrelaties. Hij heeft het over “desastreuze ontwikkelingen” op zijn eiland en waarschuwt voor het opkomen van latente gevoelens van “makambahaat”. Makamba is het lokale scheldwoord voor witte Nederlander.

Zes onderzoekers van de Nationale Ombudsman hebben vorige week op de BES-eilanden gesproken met mensen uit alle geledingen van de maatschappij en zijn terug naar huis gevlogen met een considerabele klachtenlijst.

De meeste van die klachten betreffen de zorg en de hogere kosten voor levensonderhoud, maar er zijn bijvoorbeeld ook klachten over het slecht functioneren van douane en politie.

“Veel lijkt terug te voeren tot communicatieproblemen of een gebrek aan voorlichting”, zegt onderzoeker Marjolein Bannier van de Ombudsman die met haar collega Stefan Pfeifer het onderzoek op Bonaire heeft verricht. “De nieuwe Nederlandse regels zijn na 10 oktober van vorig jaar direct en misschien te snel doorgevoerd, zonder overgangsperiode. Allerlei nieuwe diensten werken nog niet naar behoren en dan vragen de mensen zich al snel af of die slecht functionerende nieuwigheden wel beter zijn dan de oude gang van zaken.” Ze geeft het voorbeeld van gratis servicenummers die het niet doen en van een gebrek aan voorlichting en dienstverlening in het Papiaments, de eilandelijke voertaal. Volgens Bannier en Pfeifer vragen de mensen zich ook af waarom er weinig – of niet – wordt geluisterd als ze aangeven dat iets niet werkt.

Over sommige zaken is echt niet voldoende van tevoren nagedacht. De lokale winkeliers kunnen hun koopwaar vaak alleen maar betrekken uit het nabijgelegen Curaçao, waar Bonaire vroeger één land mee vormde. Nu moeten ze daar plots tien procent invoerrechten over betalen. Dat komt boven op de eerder onbestaande accijns op benzine en allerlei andere nieuwe heffingen.

De gratis tandarts zit nu in het verplichte ziekenfondspakket, dus wil iedereen graag zijn gebit laten saneren. Maar er zijn onvoldoende tandartsen op het eiland om iedereen te kunnen helpen. Door de lange rijen wachtenden komen acute patiënten niet aan de beurt.

Zaken met de overheid moeten vanaf nu digitaal aangevraagd of geregeld worden, maar op de eilanden is er geen breedband internet, lang niet iedereen heeft een computer en als er een computer beschikbaar is kunnen de mensen er niet mee omgaan. “Deze jaren-vijftig-samenleving krijgt van Nederland de 21ste eeuw door de strot geduwd”, zegt een Nederlandse handelaar in duikspullen die al lang op Bonaire woont en werkt.

Hij vertelt hoofdschuddend dat agenten van de Marechaussee, een korps nu nieuw op Bonaire, hem op de tweede dag van het nieuwe jaar aanhield voor controle van de autopapieren, terwijl de overheid of de verzekeringsmaatschappij de documenten voor 2011 nog niet eens beschikbaar hadden. De vers uit Nederland overgevlogen agenten konden hartelijk lachen om dat verhaal. Een paar maanden later viel er koudweg een dagvaarding in de bus. “Ik snap dat als Nederlander nog wel”, zegt de duikmaterialenman, “maar bij de Bonairiaan zet dat enorm veel kwaad bloed. De Nederlanders waren bijzonder welkom toen ze hier als gast kwamen, maar niet meer nu ze zo de baas komen spelen.”

Robby Beukenboom is een politicus van de nieuwe generatie die voor de Aliansa Demokrático in de eilandsraad zit. Hij denkt dat zelfs bij de rivalen van de Union Patriótico, die voorstander waren van de aansluiting bij Nederland, het sentiment nu omslaat. “Die zien ook dat naast het winkeltje van hun oom waar niet veel verdiend werd, maar wel net genoeg om de familie te eten te geven, nu een grote zaak verrijst van een Nederlander die denkt in termen investeren. Die kan het met zijn euro’s wel uithouden tot het kleine zaakje het heeft begeven.”

Er komt nog een referendum of er wel draagvlak is op Bonaire voor de wetgeving uit Nederland over homohuwelijk, abortus en euthanasie. “Ik kan me voorstellen dat dit inzicht geeft in het lokale sentiment”, zegt Beukenboom. “Als blijkt dat de gezamenlijke aanhang van de oude politieke rivalen met 60 of 70 procent tegen is, dan is het hek van de dam.”

Staatssecretaris van Financiën, Frans Weekers, heeft eind vorige maand tijdens zijn werkbezoek aan Bonaire toegezegd maatregelen te nemen voor lastenverlichting voor de inwoners van Caribisch Nederland, maar blijkbaar heeft niet enkel de tollenaar de stemming verziekt.