More from: Curaçao

De zaak Wiels – Rechtbankblog 6

Aubert Wiels denkt dat de opdrachtgevers zich verschuilen in de politieke- en de geldwereld.

Aubert Wiels denkt dat de opdrachtgevers van de moord op zijn broer zich verschuilen in de politiek en de geldwereld.

Met nadruk legde rechter Constantijn van Dam van Isselt levenslange op voor Elvis Kuwas, de man die Helmin Wiels in koelen bloede en op bestelling doodschoot op 5 mei van vorig jaar. Het had ‘Monster’ niets kunnen schelen een mens, een volksvertegenwoordiger, een familieman te moeten liquideren en deed het puur voor het geld.

“De rechtsorde is zeer geschokt”, hield de rechter de dunbevolkte rechtszaal voor. Enkel wat familieleden van Helmin Wiels waren komen opdagen en een paar mensen uit de kring van medeverdachte Pieter.

“De dader heeft een grote eigendunk en geen gewetenswroeging”, besloot Van Isselt, voor hij er op aandrong dat de maximumstraf ook tot de laatste dag zou worden uitgezeten. Hij sloot immers niet uit dat Kuwas weer zou moorden, zelfs al zat hij twintig jaar vast. De maatschappij moest tegen zo iemand beschermd worden.

Lees meer..


De zaak Wiels – Rechtbankblog 5

De advocaten in de Zaak Magnus mogen naar huis, het proces zit er op

De advocaten in de Zaak Magnus mogen naar huis, het proces zit er op | foto: John Samson

WILLEMSTAD – De Zaak Magnus zit er op. Dat Burney Fonseca op vrije voeten werd gesteld was de klap op de vuurpijl. Het gebeurde in de ochtend en de hele dag heb ik er mensen over gesproken. Werkelijk iedereen vond het een ramp. De familie Wiels reageerde verslagen.

Over wat er nu gaat gebeuren zijn de meningen verdeeld. De meesten denken dat de speedboot of het barkje naar Venezuela al klaarligt en dat deze vogel, na een clandestiene maar comfortabele reis, voorgoed een anonieme inwoner van Colombia wordt. De top van de internationale cocaïnehandel waardeert daar al jaren zijn netwerk. Dat draagt hij nu aan hun over en “Nini’ kan met pensioen.

Anderen denken dat hij waarschijnlijk al heel snel zal worden doodgeschoten of verongelukken. De meningen over wie daar verantwoordelijk voor zal zijn lopen uit elkaar: No Limit Soldiers die nog een rekening hebben openstaan? De opdrachtgever of de financier van de moord op Wiels die het zekere voor het onzekere neemt?

In ieder geval lijkt rechter Constantijn Van Dam van Isselt de enige te zijn die denkt dat Fonseca braaf op de gewenste afspraken zal verschijnen. In Nederland kan dat misschien afgedwongen worden. Daar is er een min of meer sluitende justitiële organisatie met voldoende personeel, hier niet.

Lees meer..


De zaak Wiels – Rechtbankblog 4

Zware bewaking bij proces met zware jongens | foto: John Samson

Zware bewaking bij proces met zware jongens | foto: John Samson

WILLEMSTAD – De foto van Damascus en Kuwas die samen stoer drie handwapens showen en die gisteren door de officier van Justitie als processtuk werd ingebracht, kwam van facebook.

Je moet daar zelf eens op gaan kijken. Er gaat een wereld voor je open. Er bestaan op Curaçao vriendenkringen, vele honderden mensen groot, met mannen en vrouwen die allemaal tot onder de oren vol getatoeëerd staan met letters en tekens die duiden op loyaliteit aan een of andere bende.

Je maakt kennis met een stoet moeders, familie in Nederland, overleden vaders, trouwende nichtjes en vakantie vierende broers. Typisch voor facebook, overal ter wereld, zijn de levenswijsheden gepost in de vorm van spreuken. Eentje is me bijgebleven : “Curaçao is where the realest niggaz come from” (sic).

Lees meer..


De zaak Wiels – Rechtbankblog 3

Damascus en Kuwas met drie handwapens, ook genoemd koi'man.

Damascus en Kuwas met drie handwapens, ook genoemd koi’man.

WILLEMSTAD – Vandaag stonden twee handlangers terecht in de zaak Wiels: Dangelo Damascus en Carlos Pieter die, naar model van hoofdverdachte Elvis Kuwas, snoeihard ontkenden iets met de moord te maken te hebben gehad.

Een paar incidenten uit deze procesdag zetten de Curaçaose samenleving mooi in perspectief.

Damascus en Pieter hebben blijkbaar meegewerkt aan de huurmoord door Kuwas vooraf het wapen te overhandigen, valse nummerborden op de gehuurde vluchtauto te schroeven en kleding te verschaffen aan de schutter: een sportjack met een hoodie, een wit T-shirt met lange mouwen en handschoenen.

Na de moord heeft Pieter de vluchtauto helpen wassen. Damascus heeft twee weken na de aanslag Bolle omgelegd, de chauffeur van die auto, omdat ze bang waren dat hij zou gaan kleppen tegen de politie.

Lees meer..


De zaak Wiels – Rechtbankblog 2

Journalisten in afwachting van het begin van de tweede zittingsdag in de zaak Magnus

Journalisten in afwachting van het begin van de tweede zittingsdag in de zaak Magnus

WILLEMSTAD – Kuwas, het monster, komt de rechtszaal binnen gehobbeld. Met die korte ketting tussen zijn enkels blijft van zijn tred slechts een koddige loopje over, als van een soort mank konijn. Het maakt de koudste killer zielig.

Wat moet je van zo iemand denken, een huurmoordenaar die waarschijnlijk drie man voor geld heeft omgelegd, zijn vrouw bedriegt met twee andere en alleen deals maakt met god en zeker niet met de officier van Justitie?

Vandaag ter zitting bleek uit de voorlees van rechter Constantijn Van Dam van Isselt, dat Elvis “Monster” Kuwas een reumapatiënt is, vader van drie kinderen.

Lees meer..


De zaak Wiels – Rechtbankblog 1

Helmin Wiels (foto: Ken Wong)

Helmin Wiels (foto: Ken Wong)

WILLEMSTAD – Drie dingen maakten indruk op de eerste procesdag in de zaak Magnus.

De zware spanning in de rechtszaal in het halve uur voor de rechtszaak begint. De verdachten zitten er al. De rechtszaal is nagenoeg vol, maar er heerst stilte. Het is wachten op het Gerecht. Wie wat te vertellen heeft aan een buurman, doet het fluisterend. Alleen buiten klinkt even een luide stem. Het is de vrouw van een broer van Helmin die een aanvaring heeft met Marvelyne, de zus.

Een beklaagde zit met het hoofd op de borst, een andere kijkt achterom en zoekt naar iemand op de publieke tribune. Eentje bestudeert de ouderwetse kroonluchters aan het plafond. Geen berouw of reflectie.

Aan iedere kant van de zaal staan zwaar bewapende, geheel in zwart geklede agenten met kogelvrije vesten en bivakmutsen die enkel de ogen vrijlaten. Op hun borst staat met grote witte letters POLITIE. Eentje heeft een Nederlands vlaggetje bij de schouder op zijn mouw geborduurd. Op zijn rug staat in een kleinere letter: arrestatieteam van de Marechaussee. Een tweede heeft een insigne op de mouw van de Arubaanse politie. De anderen zijn totaal anoniem. De beveiliging is robuust, de sfeer is om te snijden. Misdaadverslaggever John van den Heuvel heeft het over het loodzware negatieve karma van de beklaagden.

Lees meer..



De ‘roots’ van het Nederlandse honkbalsucces

‘In de jaren vijftig en zestig was voetbal op Curaçao de populairste volkssport’, vertelt Alvin “Fichi” Fléming, ‘maar dat veranderde in het begin van de zeventiger jaren met de promotie naar de hoofdklasse van de Blue Hawks, een ploeg die voor het merendeel werd bevolkt door de jeugd van Otrabanda. Toen werd honkbal hier de grootste sport.’ Lees meer..


Grof misbruik van uitzendarbeid

Wawoe Tisaine is al bijna tien jaar caissière bij het Curaçaose waterleiding- en elektriciteitsbedrijf Aqualectra. Ze int de rekeningen van de klanten van het overheidsbedrijf. Per werkdag gaat er gemiddeld 20 duizend euro door haar handen. Ondanks de verantwoordelijkheid voor zoveel geld is ze niet in vaste dienst bij Aqualectra. Tisaine wordt door een ander bedrijf op contractbasis aan Aqualectra uitverhuurd.

De wet schrijft voor dat een arbeidskracht maximaal een jaar extern kan worden ingehuurd voor het doen van een bepaalde taak. Als het langer duurt, moet dat in vast dienstverband.

Tisaine wilde ook altijd liever in vaste dienst bij Aqualectra. Dat is beter betaald, er zijn voor vaste medewerkers gunstige secundaire arbeidsvoorwaarden en een bedrijfspensioen. Ze solliciteerde op haar eigen baan, benaderde personeelszaken, sprak de directeur er op aan, schakelde de wetswinkel in, praatte met een verantwoordelijk minister en zelfs met de voorzitter van de Staten. Het hielp allemaal niets.

Op Curaçao ontstond grote ophef over dit soort toestanden toen oud-vakbondsleider en gepensioneerd politicus Errol Cova zich het lot aantrok van de caissières bij Aqualectra.

Hij belegde een vergadering voor de uitzendkrachten en contractwerkers van Aqualectra. Er kwamen er vijftig opdagen. Na nauwkeurige inventarisatie bleken meer dan 250 mensen onterecht in een uitzendpositie te zitten. ‘Op alle afdelingen van dit overheidsbedrijf bleken al tientallen jaren uitzendkrachten het normale werk doen. Kampioen was een technisch medewerker die 31 jaar een vaste baan werd onthouden. Nu is hij net met pensioen en krijgt enkel AOW’, vertelt Cova.

De directie van Aqualectra is op non-actief gesteld, maar na tussenkomst van Cova beloofde de waarnemer dat de vaste contracten voor de caissières nog in december rond zouden komen. Het betekende een enorme omslag.

Door de actie bij Aqualectra stonden plots uitzendkrachten van alle overheidsbedrijven op de stoep bij Cova. ‘Ik kwam er achter dat bij alle overheidsbedrijven grof misbruik gemaakt wordt van uitzendkrachten en contractanten’, zegt hij. ‘Als je er de privébedrijven bij neemt die zich niet aan de arbeidswetgeving houden, kom je waarschijnlijk op iets van tienduizend mensen die eigenlijk in vaste dienst hadden moeten zijn.’ Op een in dienstverband werkende bevolking van 56.600 personen zou dat enorm zijn.

De directeur van het bedrijf dat het kassapersoneel verhuurde aan Aqualectra benadrukt dat contractant iets anders is dan uitzendkracht. ‘Beveiliging, schoonmaak of IT wordt vaak op contractbasis aan bedrijven geleverd’, zo zegt hij, ‘en het leveren van het kassapersoneel aan Aqualectra moet op die manier gezien worden.’

‘Onzin’, zegt Cova, ‘detachering, contractarbeid, uitbesteding, je mag het noemen zoals je wil, in alle gevallen worden de betreffende personen uitgeknepen.’ Cova wijst naar de ware boosdoener: de overheid heeft jarenlang de wet niet naar behoren ingevuld en toegepast.

Premier Gerrit Schotte heeft nu in een brief aan de directies van alle overheidsvennootschappen en -stichtingen laten weten dat hij van ze verwacht dat de arbeidswetgeving strikt wordt nageleefd voor wat betreft uitzendarbeid. Hij benadrukt de sociaal maatschappelijke rol die overheidsbedrijven moeten vervullen.

De gedeputeerde van Sociale Zaken en politiek verantwoordelijk voor overheidsbedrijf Aqualectra uit de vorige regering reageerde in de krant: de schuld voor de wantoestanden lag bij de uitzendkrachten zelf. Die zouden er de voorkeur aan geven bij een uitzendbureau in dienst te zijn en de vakbonden hadden het ook maar eerder voor de uitzendkrachten moeten opnemen.

Jesus Hooi, een pijpfitter die nu 23 jaar aan het lijntje wordt gehouden voor een vaste baan bij Aqualectra, verslikt zich als hij dat hoort. ‘We mochten niet bij de bond, omdat we niet in vaste dienst waren bij Aqualectra.’

Op zijn afdeling zitten tien mensen in vaste dienst en veertig werken als uitzendkracht. ‘We kregen soms van onze supervisor de raad dat we moesten solliciteren op onze eigen functie, maar al die keren dat ik dat heb gedaan, heb ik nooit wat terug gehoord. Het zou Aqualectra zoveel loonkosten hebben gescheeld dat je het in de kilowattuurprijs had kunnen merken.’ Dat de wantoestand zo lang en zo hardnekkig voortduurt wijt hij aan corruptie.

De directeur van het uitzend- en contractingbureau bevestigt dat ‘zijn’ caissières nu in december in principe in dienst komen van Aqualectra. Hij vindt dat het beëindigen van de mogelijkheid tot uitbesteding, waarvoor nu door Cova actie wordt gevoerd, tegen een wereldwijde trend ingaat en dat het de nekslag betekent voor de flexibiliteit op de lokale arbeidsmarkt.


Sinterklaas’ extra Zwarte Pieten hebben lol in Willemstad

De Sinterklaasliedjes in het Papiaments schallen om acht uur ’s ochtends al over het Brionplein. De tribunes die er opgetrokken zijn zitten al half vol. Veel moeders beschermen hun kroost onder een parasolletje want het is warm in de blakende zon en Sinterklaas komt pas om negen uur aan in Otrobanda, het centrum van Willemstad.

De politie die op de been is om er op toe te zien dat alles in goede banen loopt, heeft geen speciale consignes gekregen. “Als er iets van anti racistisch protest verwacht werd, hadden we dat wel geweten”, zegt een van de agenten. Ze hebben het, vóór de Sint eindelijk de St. Annabaai invaart, het vooral druk met het wegwuiven van foutparkeerders.

Solange Sillie van de ‘Fundashon Pa Nos Muchanan’ (Stichting Voor Onze Kinderen) die de feestelijke intocht van Sinterklaas nu voor de zesde keer organiseert, is in de wolken met de grote opkomst.

Het publiek bestaat geheel uit Curaçaose ouders met hun kinderen. Je zou zeggen, het is een feest voor de Hollandse mama’s en papa’s met hun kindjes op het eiland. Die zijn er ook wel, maar vallen niet speciaal op tussen het veelkleurige publiek.

“Deze intocht wordt ontzettend gewaardeerd door de ouders en de kinderen, het is in korte tijd uitgegroeid tot een groot feest.”, zegt Solange.

Daarin heeft ze volkomen gelijk. Niet alleen de doelgroep is present, maar zoals bij alle grote Curaçaose volksfeesten is de tienerjeugd in grote getale aanwezig; de meisjes in de laatste zomermode, de jongens stoer op jacht. Overal staan de onontbeerlijke eetstalletjes. Sommige vaders hebben al een biertje in de vuist.

Heeft ze wel gehoord van het incident in Dordrecht waar anti-Piet activisten nogal bruut door de politie werden aangepakt? Jawel, maar ze verwacht in Willemstad geen protest. “Misschien zijn we hier nog niet zover”, zegt ze ironisch.

Groot gejuich en plezier onder het toegestroomde publiek als Sinterklaas eindelijk aan wal is.

De goedheiligman stijgt achterin een witte Ford Mustang cabriolet, naast hem een zwaaiende premier Gerrit Schotte. Op de voorbank naast de chauffeur zit een Zwarte Piet.

Achter de Mustang lopen de overige paar dozijn Zwarte Pieten die steeds wilder samba dansen op het opzwepende ritme van de carnavalsdrumband. Vorig jaar bestond die band ook nog uit Pieten, maar dit jaar draagt de ritmesectie van Sinterklaas de T-shirts van de sponsor.

Moeders tillen de allerkleinsten op. De grotere kinderen komen nog niet boven de dranghekken uit en steken hun handen door de spijlen, reikend naar de Pieten voor snoep.

Barbara, een Curaçaose van een jaar of dertig, heeft vrolijk uitdagend een leuk rood mijtertje spottend schuin in d’r haar gewerkt en een korte Klaascape om de schouders. Haar twee zoontjes, nog in de gelovende leeftijd, zien er geweldig uit in hun satijnen Piet pakjes. Hoe legt ze dat haar gekleurde kinderen uit, van die Zwarte Piet?

“Nou, de Pieten zijn extra zwart van het roet omdat ze door de schoorsteen moeten kruipen om cadeautjes te geven aan de kinderen in de koude landen. Maar als ze hier klaar zijn, dan kunnen ze zich flink schrobben en dan zien ze er weer normaal uit.”

Wie goed naar de Zwarte Pieten kijkt, begrijpt het meteen. Het zijn extra zwart geschminkte Curaçaoënaars, die als ze zich wassen, er inderdaad weer gewoon gekleurd uitzien als iedereen.

Dat is niet het enige verschil met de Pieten in Nederland. Op Curaçao zijn het de aanstichters van het feest. Het zijn geen half achterlijke Uncle Tom zwarten, maar dynamische jonge dansers en acrobaten die zich meer als rolmodel aandienen dan als bangmaker of dociele knecht. Die ouwe witte man met die scheve mijter knapt zijn klusje op en de Pieten het hunne. En een lol dat ze hebben.

Als het feest op het Brionplein bijna ten einde loopt breekt er een wolk boven Otrobanda. De parasolletjes doen nu dienst als paraplu. De meeste kinderen en hun ouders zijn al snel doorweekt tot op de huid. Ze vluchten naar hun auto’s.

Sinterklaas is op Curaçao aangekomen. Over de dertig jolige Zwarte Pieten die samen met hem van de sleepboot Orca VI aan de wal kwamen, is geen onvertogen woord gevallen.

Of wacht; aan de overkant van de St. Annabaai, nog amper leesbaar vanaf het Brionplein, hangt aan een muur in Punda één spandoek. Zonder activisten. Niemand slaat de door wind en regen omgeklapte punt weer om, zodat wat er op staat weer leesbaar wordt: “Sinterklaasfeest is racisme”.


Koninklijk gezelschap wordt koel ontvangen op Curaçao

WILLEMSTAD – Het gevreesde protest bij het bezoek van Koningin Beatrix aan Curaçao mocht geen naam hebben, maar de belangstelling van de Curaçaoënaars evenmin.

Voor de plechtige ontvangst van de majesteit door gouverneur Frits Goedgedrag in Fort Amsterdam en de aansluitende foto met premier Gerrit Schotte waren er schoolkinderen gemobiliseerd, maar de bevolking die vijf jaar geleden nog het hele binnenplein van het fort vulde was – op een paar tientallen belangstellenden na – weggebleven.

Even later, bij de Curaçaose Staten, stond amper een dozijn leden van de nationalistische partij Pueblo Soberano de koningin en haar gevolg op te wachten. Het was een zeer heterogeen protest; er werden bordjes opgehouden met zowel teksten tegen de gewraakte Wet Personenverkeer die de migratie van Curaçaoënaars naar Nederland moet inperken, als tegen de Bilderbergconferentie.

Vóór het bezoek was er nog geopperd dat de koningin het bezoek aan Curaçao maar moest schrappen omdat de politieke polarisatie op het eiland zo groot was geworden, dat rellen niet te voorkomen zouden zijn.

Op de avond vóór het bezoek van koningin Beatrix
had de oppositie in Willemstad ruim duizend mensen op de been weten te brengen voor demonstratie tegen de regering Schotte. In die regering participeert ook Pueblo Soberano. Op de demonstratie drongen verschillende sprekers aan op onderzoek naar de integriteit van sommige ministers uit het kabinet.
Een journalist van de lokale televisie dacht dat het gebrek aan belangstelling voor het koninklijk bezoek te wijten was aan het ‘Wielseffect’. Helmin Wiels is de leider van Pueblo Soberano en de meest zichtbare volksvertegenwoordiger van het eiland. Hij bepleit de Curaçaose onafhankelijkheid.

Van tevoren had Wiels gezegd dat hij in de Staten de hand van de koningin niet zou schudden. Door zijn invloed zouden veel mensen weggebleven zijn.

De meeste aanwezigen op het plein gaven echter als nuchtere verklaring voor de geringe opkomst dat dinsdag voor iedereen een gewone werkdag is. In ieder geval is het een breuk met het verleden toen voor iedereen op Curaçao elk koninklijk bezoek een niet te missen hoogdag was.

Wiels kwam inderdaad niet opdagen in de Staten voor het bezoek van het koninklijk gezelschap, maar PS-partijvoorzitter Cijntje probeerde de koningin het manifest aan te bieden waarin de partij op 2 juli van dit jaar had beschreven hoe ze de onafhankelijkheid van Curaçao wil bewerkstelligen. De majesteit nam het manifest niet aan. Ze wees naar minister Donner van Koninkrijksrelaties die het document daarna kreeg overhandigd.

Nederland racistisch, Mauro wel welkom op Curaçao

De Curaçaose Statenvoorzitter Ivar Asjes en volksvertegenwoordiger Helmin Wiels, beide van Pueblo Soberano (PS), hebben aangeboden de Angolese Mauro Manuel op Curaçao toe te laten als Nederland hem uitzet.

Asjes heeft al aan de lokale minister van Justitie Kadè Wilsoe – eveneens PS – gevraagd alles in orde te maken voor het geval dat Mauro en zijn pleeggezin op het aanbod willen in gaan.

De PS kopstukken vinden dat het met de Mauro kwestie duidelijk is geworden “dat Nederland een racistisch land is geworden”.

“Wij willen aan de hele wereld duidelijk maken dat er in het koninkrijk ook landen zijn, die niet racistisch zijn”, zegt Asjes. Wiels ziet in de Mauro-zaak een kans om “Nederland een les te leren in humaniteit.”

Volgens het Curaçaose ministerie van Justitie is het juridisch mogelijk asielzoekers die in Nederland uitgeprocedeerd zijn in Curaçao toe te laten. Het eiland heeft haar eigen “Landsverordening Toelating en Uitzetting” die onafhankelijk van Nederland wordt toegepast.

Het is op Curaçao de minister van Justitie die uiteindelijk bepaalt of iemand wordt toegelaten of afgewezen.


Interview Helmin Wiels: “Curaçao moet onafhankelijk worden”

Helmin Wiels (foto: Ken Wong)

“Het lijkt de laatste decennia niet meer gepast te zijn om het over de onafhankelijkheid van Curaçao te hebben, maar het is na 377 jaar koloniale overheersing onderhand wel eens het moment om daarover te praten. Er zijn in de wereld 194 onafhankelijke landen en er zijn er nog een dertigtal die dat niet zijn. Daar is Curaçao een van. Ook de Verenigde Naties staan op het standpunt dat die laatste volkeren hun onafhankelijkheid verdienen.”

Dat is de positie van Helmin Wiels (52), leider van Pueblo Soberano (Soeverein Volk), na forse verkiezingswinst in 2010 de derde grootste partij van Curaçao, met 4 zetels op 21 vertegenwoordigd in de Staten en coalitiepartner in de huidige regering. In de peilingen lijkt de aanhang van PS nog verder te groeien.

Wiels is de politiek ingegaan, omdat hij het als maatschappelijk werker beu was beleidsnota’s te schrijven voor nagenoeg alle politieke partijen die er vervolgens niks mee deden. Volgens hem is er op Curaçao voldoende geld om voor iedereen te zorgen. Het is alleen ongelijk verdeeld en er heerst corruptie, dat moet ophouden.

Wiels wordt door menigeen die zich comfortabel voelt onder de Nederlandse paraplu gevreesd en afgeschilderd als de grote boeman van de Curaçaose politiek.

Hij brengt zijn boodschap rauw en ongezouten, velen vinden hem onbehouwen of bot, maar hij dwingt ook onverbiddelijk integriteit af van het politieke personeel dat zijn partij levert aan de huidige coalitie: 3 ministers werden reeds door hem van hun post afgehaald wegens incompetentie, machtsmisbruik of vermoeden van corruptie.

Zijn kiezerspubliek bestaat voornamelijk uit de arme, laag opgeleide en minder goed gesitueerde autochtone Curaçaoënaars, uit oudere nationalisten en uit intellectuelen van links.

Is Curaçao niet te kleinschalig om als onafhankelijk land te kunnen bestaan?

“In onze regio zijn er onafhankelijke landen die qua oppervlakte of qua aantal inwoners kleiner zijn dan Curaçao. Kleinschaligheid is geen argument om de onafhankelijkheid niet te willen.”

De Curaçaose gemeenschap zou te klein zijn om goed bestuur te kunnen waarborgen?

“Corruptie of slecht bestuur heeft niets met kleinschaligheid te maken, maar met menselijk gedrag. Hebberigheid en het gebrek aan voldoende regels zijn de oorzaak van vriendjespolitiek of van corruptie.”

“Kijk naar de Verenigde Staten. De banken hebben daar alle beperkingen waaraan ze onderhevig waren weggelobbyd en konden ongehinderd door regelgeving hun gang gaan en graaien, met de huidige crisis tot gevolg. In Europa gaat volgens de Europese Commissie 120 miljard euro per jaar verloren aan corruptie. Dat komt toch niet door de kleinschaligheid, zou ik zeggen.”

Hoe gaat u er in een onafhankelijk Curaçao voor zorgen dat corruptie of slecht bestuur niet meer voorkomt?

“Corruptie is een virus dat met krachtige middelen moet bestreden worden, want het ondermijnt de democratie.
Corruptie is immers erg dynamisch; zonder een adequate staatsregeling, zonder moderne wetgeving en zonder deugdelijke controle op de democratische instellingen, maakt de gelegenheid de dief. Bestuurders moeten met strenge wetgeving in het gareel gehouden worden.”

Wat is volgens u de verklaring voor het slecht bestuur van de afgelopen jaren op Curaçao, zelfs onder het toeziend oog van Nederland?

“Slecht bestuur moet nog maar bewezen worden. Ik zou eerder willen zegen dat de middelen van de gemeenschap de laatste 20 jaar zijn verkwanseld aan megaprojecten die niets of weinig hebben opgeleverd. De grote bankiers en de grote ontwikkelaars hebben niet hun eigen geld, maar gemeenschapsgeld geïnvesteerd in projecten die roemloos ten onder zijn gegaan zoals het Sonesta-project van 100 miljoen gulden of het WTC-project van 30 miljoen.”

“De grote accountantsbureaus zoals KPMG, Deloitte, Price Waterhouse en Ernst & Young hebben jarenlang jaarrekeningen goedgekeurd van overheidsbedrijven die er steeds slechter voorstonden en dat heeft nu geleid tot een debacle. Ik pleit voor veel strengere wetgeving die het onmogelijk maakt dat dezelfde vriendjes elkaar steeds weer de bal toespelen.”

“De bankiers, de ontwikkelaars, de accountantsbureaus, dat zijn wel de partijen die elkaar ontmoeten in het Oranje Comité en fundraisingbijeenkomsten organiseren om cadeaus te kopen voor leden van het Koninklijk Huis.”

Ziet u nog een rol weggelegd voor Nederland in een onafhankelijk Curaçao?

“Nederland moet de VN-resolutie 1514 (over het recht op onafhankelijkheid van gekoloniseerde landen en volkeren) eerbiedigen en vervolgens ook art.73 van het VN-charter waarmaken (over de verplichtingen van landen die een niet-onafhankelijk volk of -land onder hun hoede hebben). Het zal ons beter uitkomen met het koninkrijk te onderhandelen in de hoedanigheid van soeverein land, dan als kolonie.”


Interview met Oberon Nauta: “Nederland moet ingrijpen”

Oberon Nauta (foto: Duco de Vries)

“Nederland is altijd terughoudend geweest in te grijpen in het lokale bestuur van de Caribische rijksdelen uit angst de koloniale kaart toegespeeld te krijgen. De tijd is rijp dat zij deze kaart overtroeft met het argument dat zij niet alleen de volksoevereiniteit heeft te eerbiedigen maar ook eindverantwoordelijk is voor het waarborgen van goed bestuur in de West.”

Dit is de conclusie van Oberon Nauta (37) in zijn proefschrift “Goed bestuur in de West” dat hij afgelopen zomer verdedigde aan de Universiteit van Utrecht. Nauta studeerde in 1999 ook al af op het onderwerp “Openbaar bestuur in de Caribische rijksdelen” aan de Universiteit van Amsterdam.

Hij verbleef aan en af op de toenmalige Nederlandse Antillen en werd getroffen door de soms schrijnende omstandigheden. Het was zijn overtuiging dat de kwaliteit van het bestuur daar in sterke mate mede debet aan was.

In 2006 en 2007, in de aanloop naar de staatkundige veranderingen die hun beslag kregen in oktober 2010, deed hij onderzoek naar het staats- en bestuursrecht in het Caribisch gebied in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

In dat rapport deed hij de aanbeveling het institutionele stelsel van de eilanden meer te enten op dat van de Cariben van het Britse Gemenebest, maar een oproep tot ingrijpen stond er niet in.

Toen op 10-10-10 de kans niet werd benut de institutionele structuur van Curaçao en St. Maarten waterdicht te maken, deed hij die oproep in zijn proefschrift. Hij denkt dat het huidige bestuurssysteem voor problemen zal blijven zorgen.

Zijn grote wens is dat de eilanden zelf tot het inzicht komen dat een Staatsregeling, geschreven met Nederlandse inkt, niet werkt in de Cariben en dat zij vanuit dat besef hun grondwet zelf herzien.

Wat zijn uw voornaamste argumenten?

“Door de kleinschaligheid van de samenleving is het moeilijk om kwalitatief goede bestuurders te vinden, terwijl de taken van de overheid vergelijkbaar zijn met die van het bestuur van Nederland. Personen krijgen ambtelijke posities die hen, gezien hun opleiding of ervaring, normaal nooit zouden toevallen. De kleinschaligheid zorgt bovendien voor een overlap tussen het politieke en sociale: een bestuurder moet zich niet alleen politiek verantwoorden, maar moet ook vrienden en familie tevreden stellen.”

“Problematischer nog voor de kwaliteit van het openbaar bestuur is dat politici overheidsdiensten inzetten als ruilmiddel voor stemmen bij de volgende verkiezingen. Door de armoede zijn mensen afhankelijk van deze steun en groeit de afhankelijkheid van de politicus of zijn partij. Van democratische idealen kopen ze geen brood, maar van een persoonlijke relatie met een politicus worden ze ogenschijnlijk wel beter.”

“Dit systeem dient de politicus en op het eerste gezicht ook sommige kiezers, maar het heeft niets te maken met goed bestuur. Het staat de gezonde ontwikkeling in de toekomst in de weg omdat men met dit systeem niet kan – en vaak ook niet wil – ontsnappen aan cliëntelisme, nepotisme, vriendjespolitiek of zelfs regelrechte corruptie.”

Aan de kleinschaligheid kunnen die eilanden niet ontsnappen, maken ze dan nooit kans op autonomie, laat staan onafhankelijkheid?

“Jawel, maar nog niet nu. De politiek zal deze vicieuze cirkel waarin kiezers en politici elkaar gevangen houden, nooit op eigen kracht kunnen doorbreken.”

“Politici die een onpersoonlijke boodschap van bestuurlijke integriteit uitdragen zullen nooit een meerderheid in de Staten verwerven. De noden van de kiezers zijn simpelweg te groot en politici bestendigen hun macht omdat ze binnen het staatsbestel de mogelijkheid hebben banen of subsidies te verdelen. Dat leidt automatisch tot slecht bestuur want de persoon die op deze manier de baan of de subsidie krijgt, is niet noodzakelijk de beste voor de job. Eigenlijk zelfs per definitie niet.”

“Deze patstelling valt de kiezers noch de politiek te verwijten,
maar als je op de lange termijn gezonde sociaal economische ontwikkeling voor iedereen wil realiseren, moet er nu ingeleverd worden op autonomie. Niets staat immers emancipatie meer in de weg dan slecht bestuur.”

Hoe zou het dan volgens u geregeld moeten worden?

“Of je zorgt ervoor dat politici niet meer bevoegd zijn tot het benoemen van personen, het gunnen van contracten of het toekennen van subsidies zoals dat bijvoorbeeld is geregeld op veel eilanden die behoren tot het Britse Gemenebest, of je laat toe dat Nederland zich actief inmengt wanneer er, naar internationale rechtsnormen, sprake is van slecht bestuur.”

“Het slechte nieuws is overigens wel dat in Nederland de top van het ambtelijk apparaat en de leiding van de zelfstandige bestuursorganen ook grotendeels zijn gepolitiseerd en daar dus eigenlijk het slechte voorbeeld wordt gegeven. Het verschil is dat het in Curaçao veel openlijker gebeurt, niet beperkt blijft tot topfuncties en na iedere verkiezing plaatsvindt.”


De Nederlandse Cariben zijn te belangrijk voor Nederland om ze te koop te zetten op het internet

Koningin Beatrix begint vandaag aan een tiendaags bezoek aan de zes Caribische eilanden van het Koninkrijk. Ze wordt vergezeld door prins Willem-Alexander en prinses Maxima. Het is haar eerste bezoek sedert de ontbinding van de Antillen. Op 10 oktober van vorig jaar zijn de kleinere eilanden Bonaire, St. Eustatius en Saba (BES) speciale gemeenten van Nederland geworden. De grotere eilanden Curaçao en St. Maarten zijn nu aparte, autonome landen, zoals Aruba dat al was sedert 1986.

Hoewel vorig jaar de schulden van alle eilanden gedeeltelijk werden gesaneerd door Nederland, botert het niet met het moederland. De laatste tijd is er sprake van vinnig protest tegen de Nederlandse gang van zaken op de kleine eilanden. Behalve op Aruba, valt op de grote eilanden steeds vaker het woord “onafhankelijkheid”.

De PVV heeft drie jaar geleden gesuggereerd de eilanden van de Nederlandse Cariben te koop te zetten op Marktplaats, maar wie denkt dat die kleine rotsen in de Caribische Zee alleen maar profiteren van hun band met het moederland en dat Nederland niets heeft aan de eilanden in “de West”, heeft het verkeerd. Het is niet voor niets dat de vorstin om de vijf jaar trouw de moeite neemt haar Caribische onderdanen te bezoeken en de band met alle eilanden aan te halen.

Curaçao

Wat heeft Nederland aan Curaçao?

– Er is in de jaren zeventig en ook weer twee jaar geleden gezocht naar olie en gas in de territoriale wateren van Curaçao. De resultaten daarvan worden geheim gehouden, maar het is nagenoeg zeker dat er olie en gas aanwezig is; het wordt immers in het nabijgelegen Venezuela in grote hoeveelheden opgepompt. Rond Curaçao zit de olievoorraad diep en exploitatie is alleen maar rendabel bij een voldoende hoge olieprijs. Maar die stijging zit er vanzelf aan te komen.

– Trustkantoren op de eilanden van de voormalige Antillen helpen honderden in Nederland gevestigde multinationals of ultra rijke individuen met hun “belastingsplanning”. In combinatie met de belastingregels in Nederland is Curaçao essentieel voor het minimaliseren – sommige zeggen ontduiken – van belastingen. Het gaat over bedrijven en personen van over de hele wereld en het gaat om vele tientallen miljarden die passeren langs de “Antillen-route”.

– Met de economische opkomst van Zuid-Amerika is het geo-economische belang van Curaçao enorm gegroeid. Nederland wil het eiland gebruiken als handelsspringplank naar een continent waar forse groeicijfers worden gerealiseerd.

– Ondanks dat de Isla-raffinaderij op Curaçao oud is, versleten en erg vervuilend, wordt die installatie – ooit de grootste ter wereld – nog steeds gezien als strategische infrastructuur van het Koninkrijk.

– Honderden welgestelde ‘pensionados’ genieten in hun tweede woning onder het Curaçaose zonnetje van de excellente lokale fiscale voordelen die speciaal voor dit soort vijftigplussers zijn ontworpen.

– Curaçao is van geopolitiek en militair strategisch belang voor Nederland en de VS: op het eiland is een grote Nederlandse militaire aanwezigheid en een Amerikaanse ‘Forward Operation Location’ (FOL) basis.

Wat heeft Curaçao aan Nederland?

– De schuldsanering die is afgesproken in de aanloop tot 10-10-10 loopt nog. Diverse ontwikkelingsprojecten zitten in wisselende fases van afwikkeling. De lokale zakenlieden profiteren daarvan en hopelijk ook de lokale bevolking.

– Het Nederlandse paspoort geeft ook voor de Caribische houders onbelemmerd entree tot bijna alle landen ter wereld. De paspoorten van de omringende landen niet.

– Voor Curaçaose tieners is er na hun middelbare school weinig of geen gelegenheid om verder te studeren op het eiland. Er vertrekken jaarlijks rond de vijfhonderd van de slimste Curaçaose koppen naar Nederland. Die kunnen daar met een studiebeurs terecht voor kwaliteitsonderwijs.

– Toerisme is de motor van de Curaçaose economie. Met bijna veertig procent vormen de Nederlandse vakantiegangers de grootste groep. In 2010 kwamen er een recordaantal van 140.183 naar het eiland.

Wat is het probleem?

Na 10-10-10 is er een coalitie aan de macht gekomen van partijen die niet aan de onderhandelingstafel hebben gezeten in de jaren dat de nieuwe staatkundige verhouding tussen Nederland en het autonome Curaçao werden afgesproken. De vroegere coalitie is in oktober van vorig jaar akkoord gegaan met verregaande Nederlandse controle op financiën en justitie. De toenmalige oppositie was daar faliekant tegen en die hebben nu de macht. Eén partij in de nieuwe coalitie bepleit openlijk de Curaçaose onafhankelijkheid. De andere partijen willen minder betutteling van Nederland.

Er is al een jaar ruzie tussen de oude en de nieuwe machthebbers waarbij wederzijds beschuldigingen van corruptie worden geuit. Nederland heeft zich willen bemoeien met de hitsige Curaçaose politieke ruzies en wordt nu beschuldigd van inmenging in lokale aangelegenheden.

St. Maarten

Wat heeft Nederland aan St. Maarten?

– Trustkantoren (zie Curaçao)

– Strategische positie: zoals Aruba en Curaçao een voorpost moeten worden voor de Nederlandse handelsbelangen in Zuid-Amerika, zo moet St. Maarten dat worden voor de Grote Antillen (Hispaniola, Cuba, Jamaica, Puerto Rico) en overige eilanden. Dat is een regio waar bijna 40 miljoen mensen wonen. Princess Juliana International Airport is nu al de tweede luchthaven in de noordoostelijke Cariben. Het is de ‘hub’ voor passagiers die komen aanvliegen uit alle kleinere Caribische eilanden en die door willen vliegen naar de VS of Europa (met Air France/KLM), en vice versa.

Wat heeft St. Maarten aan Nederland?

– Schuldsanering en ontwikkelingsprojecten (zie Curaçao)
– Paspoort
– Toerisme uit Nederland

Wat is het probleem?

St. Maarten voelt nog steeds de dwingende Nederlandse hand. Ze werden verplicht om samen met Curaçao een gemeenschappelijke centrale bank op te richten en ze moeten van Nederland met Aruba en Curaçao één Procureur-generaal delen. Ze hadden gehoopt met het verkrijgen van de autonomie ook daar hun eigen gang in te kunnen gaan. Nederland – zo vinden de St. Maartense politici van het hele politieke spectrum – bemoeit zich nog steeds te veel met hun eiland en toont te weinig vertrouwen dat ze het zelf kunnen redden. Er wordt nu door de oppositie openlijk over onafhankelijkheid gesproken.

St. Eustatius

Wat heeft Nederland aan St. Eustatius?

Op het eilandje dat de helft zo groot is als Schiermonnikoog functioneert een olieopslagplaats van ruim 13 miljoen vaten olie. Die capaciteit wordt in de komende jaren verdubbeld. Nu het eiland een gemeente is van Nederland, vallen de miljoenen aan belastingen die dat opbrengt toe aan de Nederlandse schatkist. Als er dadelijk goed wordt onderhandeld met eigenaar NuStar, kan uit die opbrengst niet alleen gemakkelijk de begroting gedekt worden van het eiland, er blijft dan nog ruim over om in Nederland of op de andere BES-eilanden leuke dingen mee te doen.

Wat heeft St. Eustatius aan Nederland?

Er zijn betere voorzieningen, betere gezondheidszorg en beter onderwijs beloofd, maar daar is in het eerste jaar van de nieuwe gemeentelijke status nog niet veel van terecht gekomen.

Wat is het probleem?

Statia was het enige eiland dat bij het referendum over de staatkundige toekomst voor het behoud van de Antillen had gekozen. Nu hebben ze een ongewilde status die ook nog eens een keer slecht blijkt te werken. Er is onvoldoende tijd genomen om de overstap naar de nieuwe gemeentelijke status voor te bereiden. Hoe klein het eiland ook is, de problemen waren groter dan waar men in ambtelijk Den Haag had op geanticipeerd. Met de mentaliteit van “we komen het hier wel even regelen” is het misgelopen.

Op Statia is een groep burgers een petitie begonnen die ze tijdens het bezoek van de koningin op 4 november willen overhandigen. ‘We zijn niet tegen de nieuwe constitutionele situatie, maar tegen de uitwerking ervan’, is de teneur.

Saba

Wat heeft Nederland aan Saba?

Op de Sababank, het rif voor de kust van het kleinste eilandje van het koninkrijk, is al in de jaren tachtig olie ontdekt. Voor exploitatie is alle wet- en regelgeving reeds op orde. Het probleem is dat de Sababank ook een rijk, delicaat maritiem natuurgebied is dat nog niet zo lang geleden tot zeereservaat is verklaard.

Wat heeft Saba aan Nederland?

Saba ondervindt dezelfde problemen als Statia en Bonaire nu ze een gemeente van Nederland zijn geworden: er zijn beloften gedaan die niet goed worden nagekomen.

Wat is het probleem?

Zelfde probleem als op Bonaire en Statia: teloorgang van de kleine eilandelijke economie door de hoge belastingdruk, levensduurte schiet de hoogte in door de introductie van de dollar, Nederlandse regels worden te snel doorgevoerd en de manier van aanpakken wordt niet geaccepteerd door de lokale bevolking. De bevolking voert actie.

Bonaire

Wat heeft Nederland aan Bonaire?

– Als de relatie met Curaçao verder verzuurt, kan Bonaire bepaalde functies van dat eiland overnemen (zie Curaçao). Door de gemeentelijke status heeft Nederland op Bonaire dan meer grip op de situatie.

– Bonaire – met amper 15.000 inwoners – is voor vele rijke Nederlanders de ideale plek om een huis te hebben en tot rust te komen. De dichtheid per duizend inwoners aan BN-ers en mensen uit de Quote 500 is waarschijnlijk het grootst op Bonaire.

Wat heeft Bonaire aan Nederland?

Zie Saba en St. Eustatius

Wat is het probleem?

Bonaire moest het grote voorbeeld worden van hoe de BES eilanden als gemeenten van Nederland zouden floreren als nooit tevoren. De overgang is echter niet goed voorbereid en is te bruusk en met te weinig begrip voor de lokale gevoeligheden doorgevoerd. De aansturing gebeurt door Den Haag en dat zit veel te ver weg van Kralendijk, niet alleen qua afstand, maar in alle opzichten.

De Bonairiaanse politici hadden geen zin om af te branden bij hun achterban toen van ze werd verwacht de Nederlandse wetgeving in te voeren betreffende abortus, euthanasie en het homohuwelijk. Ze hebben afwachtend gereageerd op hoe de gemeentelijke status zou uitpakken.

De Nederlandse stugheid in combinatie met de constante wisselingen in het Bonairiaanse bestuur heeft voorlopig het eerste jaar van de nieuwe status doen mislukken. De bevolking laat met grote demonstraties haar onvrede blijken.

Steeds als de BES eilanden door Nederland worden gehouden aan Nederlandse plichten, vragen de eilanden zich af waarom ze dan ook niet dezelfde rechten krijgen.

Aruba

Wat heeft Nederland aan Aruba?

Precies hetzelfde als aan Curaçao.

Wat heeft Aruba aan Nederland?

Precies hetzelfde als Curaçao, er komen enkel minder Nederlandse toeristen: Aruba is meer op Amerikaanse toeristen gericht.

Wat is het probleem?

Met Aruba zijn er het minste problemen. Bij de laatste verkiezingen in 2009 is de christendemocratische AVP aan de macht gekomen die zonder lastige coalitiepartners kan regeren en een zo rimpelloze mogelijke verhouding met Nederland nastreeft, in tegenstelling tot de MEP die voorheen de macht had en ook vaak overhoop lag met Nederland. Al sinds mensenheugenis wisselen deze partijen elkaar af aan de macht.

Nederland formuleert nog wel kritiek. Zo zou er volgens een recent rapport van Justitie nog vriendjespolitiek heersen en nepotisme, maar, zo staat ook in het rapport, daar wordt blijkbaar aan gewerkt op de door Nederland aanbevolen wijze.

De drie eilanden Aruba, Curaçao en St. Maarten, die nu autonome landen zijn binnen het koninkrijk, hebben “last” van hun kleinschaligheid: het is moeilijk om voor goed bestuur voldoende gekwalificeerd (politiek) personeel te vinden en de bevolking rekent op haar politici voor allerhande gunsten. Het is moeilijk om de Nederlandse standaard en manier van aanpakken toe te passen onder Caribische omstandigheden, Corruptie was en is er overal, onder alle besturen en regeringen en ligt steeds overal op de loer.

Aruba reikt Nederland de hand, St. Maarten maakt een wegwerpgebaar en Curaçao maakt ruzie, maar allemaal zijn het strategieën om de Hollandse bemoeienis en de Haagse pottenkijkers zo veel mogelijk buiten de deur houden.


Fractievoorzitters laten zich in met politieke vete op Curaçao

De fractievoorzitters uit de Nederlandse Tweede Kamer hebben hun collega’s in de Staten van Curaçao aangespoord onderzoek te doen naar berichten over corruptie binnen de regering van premier Gerrit Schotte. De fractievoorzitters doen een studiereis langs alle eilanden van de Nederlandse Cariben en zijn nu op Curaçao.

De gewezen GroenLinks politicus Paul Rosenmöller heeft een paar weken geleden een rapport geschreven over corruptie op dat eiland in opdracht van de Rijksministerraad. In zijn conclusie zei hij dat het misschien niet goed gesteld is met de integriteit van premier Schotte en twee van zijn ministers. Hij suggereerde dat een ‘commissie van wijzen’ in opdracht van de Curaçaose Staten daar een onderzoek naar zou moeten doen.

Ondertussen is er ook een memo van de Veiligheidsdienst Curaçao (VDC) gelekt naar een lokale krant. Dat memo is van vorig jaar oktober en er worden nog meer ministers in genoemd die volgens de VDC niet in aanmerking hadden mogen komen voor hun huidige positie.

Bij de presentatie van zijn rapport gaf Rosenmöller toe voornamelijk met critici van de nieuwe regering te hebben gesproken omdat de huidige machtshebbers niet aan het onderzoek wilden meewerken. De ministers en de Statenleden van de regeringscoalitie waren woedend over het resultaat. Ze verwezen na 16 uur debat in het parlement het stuk en de suggesties naar de prullenmand.

Eunice Eisden van de sociaal-democratische regeringspartij MAN noemde Rosenmöllers stuk een roddelblad waarin 40 mensen anoniem worden opgevoerd. “Niemand kan iets verifiëren, dat kan toch niet in een rechtsstaat.” Ze begrijpt ook niet dat Nederland partij kiest in een lokale politieke ruzie. “De vorige machtshebbers halen alles uit de kast om deze regering onderuit te halen en Nederland trapt daar zo maar in”.

De Nederlandse fractievoorzitters zijn tevreden dat ze hun boodschap hebben overgebracht. “Die is van onze kant goed en unisono overgekomen”, zei D66-leider Alexander Pechtold. De vermeende corruptie in regeringskringen staat voor hem voor een groter probleem in Curaçao: dat van een gebrek aan goed en integer bestuur. Hij kondigde aan dat hij bij zijn ontmoeting met premier Schotte dezelfde boodschap zal overbrengen. “Als hij niks te verbergen heeft, waarom zou hij dan bang zijn voor een onderzoek?”


Lokaal onderzoek naar corruptie levert niets op

De Curaçaose ministers die verdacht worden van corruptie, worden niet vervolgd. Er was op 26 mei aangifte tegen ze gedaan, maar het OM liet vrijdagmiddag weten dat maandenlang feitenonderzoek door de Landsrecherche niets heeft opgeleverd om een strafrechtelijke zaak te kunnen beginnen tegen de bewindslieden. Van premier Gerrit Schotte had het OM al eerder gezegd dat er geen aanleiding was om tot vervolging over te gaan.

Het gaat hier over de ministers wiens handel en wandel onder de loep zou moeten worden genomen volgens het rapport van Paul Rosenmöller.

Die had in opdracht van de Rijksministerraad een onderzoek verricht naar de integriteit van publieke functionarissen op Curaçao nadat premier Schotte en de directeur van de Centrale Bank Emsley Tromp elkaar op radio en tv ervan hadden beschuldigd corrupt te zijn. Van officiële zijde is op Curaçao niet meegewerkt aan het rapport van Rosenmöller.

Rosenmöller concludeerde dat het Curaçaose parlement dringend opdracht zou moeten geven aan een ‘commissie van wijzen’ om de integriteit van sommige politici te laten onderzoeken. Of de president van de Centrale Bank correct zijn werk doet, moest volgens hem vastgesteld worden door de Rekenkamer van Curaçao.

In de Tweede Kamer vond vooral de PVV dat maar een slappe oplossing. Die wilde dat Nederland direct zou ingrijpen om op Curaçao orde op zaken te stellen. Op het eiland zelf heeft de regerende coalitie het onderzoek van Rosenmöller veroordeeld als ongewenste inmenging in de zaken van een autonoom land.

Vrijdag heeft de Curaçaose minister van Justitie Elmer Wilsoe blijkbaar zelfs instructies gegeven aan de Procureur Generaal om een onderzoek te starten naar strafbare feiten die Rosenmöller en de lokale ambtenaren met wie hij heeft gesproken zouden hebben begaan, bij het samenstellen van dat rapport.

Corruptie en de Caribische eilanden van het Koninkrijk, het is een repeterend verhaal. Behalve het rapport van Rosenmöller is er pas nog een studie van het Ministerie van Justitie uitgekomen over corruptie op Aruba. Er wordt eerdaags een criminaliteitsbeeldanalyse over St. Maarten verwacht waarin sprake is van corruptie op het hoogste bestuursniveau. Op Bonaire loopt een nieuw onderzoek in de zaak Zambezi waarin ten minste één politicus die in het bestuurscollege zit, wordt beschuldigd van ernstige corruptie.

Rosenmöller analyseert de corruptie op Curaçao in zijn rapport. Op een klein eiland met amper 150.000 inwoners zit de politiek dicht op de mensen, zo staat er in te lezen. De verschillende groepen van de samenleving overlappen elkaar, maar er heerst grote interne loyaliteit. Onder katholieken of joden, onder lokale bewoners of Nederlanders, onder groepen van migranten of grote traditionele families, onder buurt- of partijgenoten. De afstand tussen loyaliteit en afhankelijkheid is klein. Patronage en vriendjespolitiek is van alledag en wordt ook geaccepteerd. Het systeem van ‘voor wat hoort wat’ ligt overal op de loer. Kapitaalkrachtigen hebben invloed op het bestuur. Kiezers die afhankelijk zijn van gunsten van bestuurders roepen hen niet ter verantwoording en laten de bestuurlijke arrogantie over zich heen komen.

De Curaçaose politicoloog en bestuurskundige Miguel Goede onderschrijft dat corruptie op de kleine eilanden van de Cariben een specifiek karakter heeft. Hij voegt er aan toe dat in samenlevingen met een schrijnend verschil tussen arm en rijk, corruptie nog wordt versterkt. “Tegenwoordig wordt je status bepaald door wat je hebt”, zegt hij, “waarden en normen staan onder druk. Hebzucht heerst overal ter wereld. Als je enige waarde nog die is van het geld, dan komt je morele verdediging onder druk en valt de beslissing om wel of niet corrupt te zijn wel eens gemakkelijk verkeerd uit.”

Of er op de eilanden van de Nederlandse Cariben nu meer of minder corruptie is dan vroeger, kan hij niet zeggen. “Er is nooit een nulmeting geweest, maar door betere communicatiemogelijkheden is het luiden van de klok gemakkelijker en komen er meer kwesties aan het licht.”

“Vergeet ook niet dat it takes two to tango”, zegt Goede, “er is voor iedere corrupte persoon ook een corrumperende partij. Voor grote investeerders is het in deze maatschappij zonder al te veel barrières ook snel efficiënt om met steekpenningen tot zaken te komen.”

Rosenmöller staat op het standpunt dat de integriteitskwesties vooral op Curaçao zelf moeten onderzocht worden en aangepakt. De Rijksministerraad dringt er bij de Curaçaose Staten op aan de aanbevelingen van Rosenmöller serieus te nemen.

Een andere conclusie kan ook niet getrokken worden. De spelregels tussen de autonome landen van het Koninkrijk bepalen nu eenmaal dat er pas in allerlaatste instantie gebruik kan gemaakt worden van de regels die ingrijpen door Nederland mogelijk maken. Er moet dan al sprake zijn van chaos, er is nu er alleen sprake van vuile politiek.

Iedereen op Curaçao vindt transparantie en strijd tegen corruptie een topprioriteit, maar voorlopig vindt enkel de aanhang van de oppositie dat Nederland zou moeten ingrijpen.


1 jaar na 10-10-10: Autonomie brengt vooralsnog weinig vooruitgang op Curaçao en St. Maarten

Als je aan tien willekeurige Sint-Maartenaren vraagt wat er voor ze is veranderd nu hun eiland bijna een jaar geleden een autonoom land is geworden, luidt het antwoord tien keer: “niets”.

“Dat is toch fantastisch”, meent Richard Gibson, de vertegenwoordiger van St. Maarten in het College financieel toezicht (Cft), “dat betekend dat het eiland niet in chaos ten onder is gegaan, dat de nieuwe instituties werken en dat het land blijkbaar goed bestuurd wordt.”

Met een zuur gezicht denkt hij terug aan de dagen vlak voor 10 oktober 2010. In Den Haag twijfelde men er tot het laatste moment aan of St. Maarten zijn autonome status wel aankon; het eiland zou daar nog niet klaar voor zijn.

“St. Maarten heeft de financiën op orde en gaat voor komend jaar een sluitende begroting indienen vóór 1 januari”, verzekert Gibson, “de gewenste landelijke bestuursorganen zijn opgericht en functioneren redelijk als je in acht neemt dat we daar nu amper een jaar ervaring mee hebben.”

Het Cft had die begroting al willen hebben vóór 1 september, maar die datum heeft ook het nadere nieuwe land Curaçao niet gehaald. Daar kreeg de minister van Financiën bovendien zijn conceptbegroting terug van het Cft met de opmerkingen dat er onvoldoende garanties waren dat de geprojecteerde inkomsten ook zullen gehaald worden.

Gibson wijst er fijntjes op dat de twee dingen die Nederland tegen de zin van Sint Maarten heeft doorgedrukt, allebei niet functioneren: de gemeenschappelijke centrale bank met Curaçao en de gemeenschappelijke Procureur Generaal. Van een centrale bank is niks in huis gekomen door gekrakeel op Curaçao en de afspraken over de PG zijn “leeg” gebleven, zegt hij.

Op Curaçao is het anders. Toen de Nederlandse Antillen ophielden te bestaan en het eiland zijn autonome status verwierf, kreeg de lokale bestuurslaag landelijke verantwoordelijkheid. “Er moesten diensten worden aangestuurd die voorheen onder Antilliaans bestuur vielen en dat lukt niet altijd zonder slag of stoot”, zegt Maurice Adriaens, nog minister in het laatste Antilliaanse kabinet, nu directeur van de Curaçaose Airport Holding (CAH), “dat leidt tot verwarring en tot stagnatie. Beslissingen worden uitgesteld of slecht genomen omdat het nog niet helder is wie welke rol dient te spelen en hoe.”

Het helpt ook niet dat op 10-10-10, onder leiding van de jonge premier Gerrit Schotte, een ploeg aan de macht kwam van politici met weinig bestuurservaring die moeite heeft een coherente visie voor de toekomst te formuleren. Die regering heeft niet enkel het economische getij tegen. Ze moet ook opboksen tegen de oude rotten in het politieke vak die niet zonder rancune over het verlies van de macht soms giftig oppositie voeren. Netwerken van partijen en organisaties die elkaar vroeger de bal toespeelden hebben zich verenigd in ad hoc comités die roepen dat met Schotte op Curaçao het einde onderhand nabij is.

Dat lijkt ook al gauw zo als de bouw van het nieuwe ziekenhuis weer wordt uitgesteld, de luchthaven zijn veiligheidsclassificatie dreigt te verliezen, de stroom om de haverklap uitvalt op het eiland, in de gevangenis gedetineerden elkaar doodschieten, cao-besprekingen bij het overheidsnutsbedrijf Aqualectra al sinds januari vastzitten, coalitiepartners ruziënd over straat rollen en het land amper een jaar na de gedeeltelijke schuldsanering door Nederland al weer krap bij kas zit. Vorige week hoorde de minister van Financiën nog van het IMF dat er dringend wat moet gebeuren aan het tekort op te betalingsbalans. Dat zijn allemaal kwesties die al jaren aanslepen, maar ook door deze nieuwe regering met al haar bravoure nog niet zijn aangepakt.

Maar de grootste lokale krant “Amigoe” kopte laatst, dat volgens een recente opiniepeiling, de huidige regering nog steeds beter wordt gewaardeerd dan de vorige. De redactie van de Wereldomroep berekende dat de ploeg van Schotte met 5,7 als rapportcijfer een voldoende scoort, zij het krap.


Curaçao zucht onder golf van diefstallen

Gewezen politiecommissaris Jaime Cordoba, nu Statenlid voor Pueblo Soberano, kwam met indrukwekkende criminaliteitscijfers naar het Curaçaose parlement. Gemiddeld worden er de laatste jaren zo’n 25.000 aangiftes gedaan van diefstal, maar dat liep vorig jaar op naar 29.000.

Met een bevolking van 160.000 zielen is de vraag op Curaçao niet zozeer óf je bestolen zal worden, maar wannéér.

Anderhalve week geleden waren dokter Pieter van der Burgh en zijn vrouw Marion aan de beurt. Het stel kreeg thuis in Boca Sint Michiel, een liefelijk dorpje aan zee “waar nooit wat gebeurt”, bezoek van drie inbrekers die het stel bewerkten met een hamer en een koevoet.

Pieter van der Burgh werd bewusteloos geslagen en Marion werd gewurgd met de koevoet op de strot. Het stel werd in de badkamer opgesloten en alles van waarde in hun huis werd meegenomen.

Niet alle 29.000 diefstallen gaan gepaard met zoveel geweld, maar een beleidsmedewerker van het Openbaar Ministerie op het eiland bevestigt dat het aantal roofovervallen met geweld of bedreiging de laatste tijd is toegenomen. Vorig jaar waren er tot eind juni 233 gewelddadige overvallen gepleegd, dit jaar zijn er dat 265. Bij sommige zijn doden gevallen.

Minister van Justitie Elmer Wilsoe, onder de indruk van de cijfers van zijn partijgenoot Cordoba, presenteerde een “Plan van Aanpak Criminaliteit” om met name geweld- en vermogensdelicten te voorkomen.

Hij zet in op meer opvoeding, onderwijs en sociale vorming, vooral in de achterstandswijken waar de daders van de overvallen vaak blijken te wonen.

Wilsoe vindt ook dat daders die eerder zijn veroordeeld en bepaalde gezinnen met jongeren die het risico lopen te vervallen in crimineel gedrag, persoonlijk moeten worden begeleid.

Hij wil de burgers bewust maken van hun eigen verantwoordelijkheid en de potentiële slachtoffers overtuigen van het belang van goede preventie: niet te koop lopen met dure spullen en beveiliging, verlichting en goed hang- en sluitwerk aanbrengen.

De minister wil ook meer politie op straat die meer verdachten controleert en hij wil dat bij de opsporing gebruik maakt van moderne recherche middelen. Vorig jaar werd, volgens het OM, slechts 37,6 % van de overvallen opgelost.

Pieter van der Burgh is ondertussen al weer aan het werk. Hij is de medisch directeur van het lokale ziekenhuis. Van der Burgh heeft nog gehoorschade van de klappen die hij heeft opgelopen, maar hij maakt zich veel meer zorgen om zijn vrouw. “Ik ben knock-out geslagen en ik heb de overval niet bewust meegemaakt”, zegt hij, “maar Marion is nog steeds overstuur en haar gevoel van veiligheid is weg. Het is cynisch dat net zij zo moest worden aangepakt. Ze vangt kansarme tienermoeders en hun kinderen op.”

Van der Burgh werkt – aan en af – al sinds 1975 op Curaçao en ziet in het ziekenhuis het bewijs dat de gewelddadigheid in de loop van de jaren is toegenomen op het eiland. “Mensen ondergingen vroeger lijdzamer hun lot. Die jongeren gaan niet voor de lol een overval plegen, het is een combinatie van armoede en uitzichtloosheid die ze daartoe drijft en ze worden de laatste tijd steeds driester.”

De arts is niet onder de indruk van het zoveelste ministeriële plan van aanpak om de criminaliteit terug te dringen: “Armoedebestrijding heeft net zoals bij de vorige regeringen geen prioriteit en dat is toch wat het probleem moet oplossen.”

Er is ook nog niet veel te merken van de versterking en het meer efficiënt maken van politie en justitie. Dat was voor Nederland vorig jaar zo’n punt, ten tijde van het autonoom worden van Curaçao als land, en daar wilde het een grote rol in spelen. “Alles valt of staat met de financiën”, zegt de beleidsmedewerker van het OM.

 

 

 

 


Jaren-vijftig-samenleving krijgt van Nederland de 21ste eeuw door de strot geduwd

De intimiderende grijsblauwe nieuwbouw van de Belastingsdienst op Bonaire bulkt uit boven de kleurrijke rest van het minuscule Kralendijk en wordt smalend “het huis van de tollenaar” genoemd. De belastingontvanger bepaalt in Caribisch Nederland het imago van de nieuwe overheid.

De mini-economieën die vroeger floreerden op Bonaire, St. Eustatius en Saba (BES) bezwijken onder de fiscale druk. Bovendien is door belastingen en accijnzen en door de invoering van de dollar het leven voor veel eilandbewoners onbetaalbaar duur geworden, vooral voor de gepensioneerden. De BES eilandjes zijn op 10 oktober van vorig jaar gemeenten van Nederland geworden.

Niet enkel de verstikkende belastingen frustreren de bewoners van de BES eilanden. In hun ogen heeft de aansluiting met Nederland nog wel meer ellende opgeleverd.

De Rijksvertegenwoordiger, de hoogste Nederlandse functionaris in de Nederlandse Cariben, spreekt voorzichtig in zijn eerste halfjaarlijkse rapport over de “veelgehoorde klacht van verlies van eigen identiteit en cultuur” en over “de toestroom van Europese Nederlanders en de vrees steeds minder te zeggen te hebben op het eigen eiland”. Hij zegt “dat er teveel is veranderd in kort tijdsbestek” en dat “voorkomen dient te worden dat het beeld ontstaat dat Nederland zijn belofte niet nakomt over het verbeteren van het voorzieningenniveau op het eiland.”

De Bonairiaanse oud-politicus Jopie Abraham schrijft het wat forser op in een open brief aan minister Piet Hein Donner van Koninkrijksrelaties. Hij heeft het over “desastreuze ontwikkelingen” op zijn eiland en waarschuwt voor het opkomen van latente gevoelens van “makambahaat”. Makamba is het lokale scheldwoord voor witte Nederlander.

Zes onderzoekers van de Nationale Ombudsman hebben vorige week op de BES-eilanden gesproken met mensen uit alle geledingen van de maatschappij en zijn terug naar huis gevlogen met een considerabele klachtenlijst.

De meeste van die klachten betreffen de zorg en de hogere kosten voor levensonderhoud, maar er zijn bijvoorbeeld ook klachten over het slecht functioneren van douane en politie.

“Veel lijkt terug te voeren tot communicatieproblemen of een gebrek aan voorlichting”, zegt onderzoeker Marjolein Bannier van de Ombudsman die met haar collega Stefan Pfeifer het onderzoek op Bonaire heeft verricht. “De nieuwe Nederlandse regels zijn na 10 oktober van vorig jaar direct en misschien te snel doorgevoerd, zonder overgangsperiode. Allerlei nieuwe diensten werken nog niet naar behoren en dan vragen de mensen zich al snel af of die slecht functionerende nieuwigheden wel beter zijn dan de oude gang van zaken.” Ze geeft het voorbeeld van gratis servicenummers die het niet doen en van een gebrek aan voorlichting en dienstverlening in het Papiaments, de eilandelijke voertaal. Volgens Bannier en Pfeifer vragen de mensen zich ook af waarom er weinig – of niet – wordt geluisterd als ze aangeven dat iets niet werkt.

Over sommige zaken is echt niet voldoende van tevoren nagedacht. De lokale winkeliers kunnen hun koopwaar vaak alleen maar betrekken uit het nabijgelegen Curaçao, waar Bonaire vroeger één land mee vormde. Nu moeten ze daar plots tien procent invoerrechten over betalen. Dat komt boven op de eerder onbestaande accijns op benzine en allerlei andere nieuwe heffingen.

De gratis tandarts zit nu in het verplichte ziekenfondspakket, dus wil iedereen graag zijn gebit laten saneren. Maar er zijn onvoldoende tandartsen op het eiland om iedereen te kunnen helpen. Door de lange rijen wachtenden komen acute patiënten niet aan de beurt.

Zaken met de overheid moeten vanaf nu digitaal aangevraagd of geregeld worden, maar op de eilanden is er geen breedband internet, lang niet iedereen heeft een computer en als er een computer beschikbaar is kunnen de mensen er niet mee omgaan. “Deze jaren-vijftig-samenleving krijgt van Nederland de 21ste eeuw door de strot geduwd”, zegt een Nederlandse handelaar in duikspullen die al lang op Bonaire woont en werkt.

Hij vertelt hoofdschuddend dat agenten van de Marechaussee, een korps nu nieuw op Bonaire, hem op de tweede dag van het nieuwe jaar aanhield voor controle van de autopapieren, terwijl de overheid of de verzekeringsmaatschappij de documenten voor 2011 nog niet eens beschikbaar hadden. De vers uit Nederland overgevlogen agenten konden hartelijk lachen om dat verhaal. Een paar maanden later viel er koudweg een dagvaarding in de bus. “Ik snap dat als Nederlander nog wel”, zegt de duikmaterialenman, “maar bij de Bonairiaan zet dat enorm veel kwaad bloed. De Nederlanders waren bijzonder welkom toen ze hier als gast kwamen, maar niet meer nu ze zo de baas komen spelen.”

Robby Beukenboom is een politicus van de nieuwe generatie die voor de Aliansa Demokrático in de eilandsraad zit. Hij denkt dat zelfs bij de rivalen van de Union Patriótico, die voorstander waren van de aansluiting bij Nederland, het sentiment nu omslaat. “Die zien ook dat naast het winkeltje van hun oom waar niet veel verdiend werd, maar wel net genoeg om de familie te eten te geven, nu een grote zaak verrijst van een Nederlander die denkt in termen investeren. Die kan het met zijn euro’s wel uithouden tot het kleine zaakje het heeft begeven.”

Er komt nog een referendum of er wel draagvlak is op Bonaire voor de wetgeving uit Nederland over homohuwelijk, abortus en euthanasie. “Ik kan me voorstellen dat dit inzicht geeft in het lokale sentiment”, zegt Beukenboom. “Als blijkt dat de gezamenlijke aanhang van de oude politieke rivalen met 60 of 70 procent tegen is, dan is het hek van de dam.”

Staatssecretaris van Financiën, Frans Weekers, heeft eind vorige maand tijdens zijn werkbezoek aan Bonaire toegezegd maatregelen te nemen voor lastenverlichting voor de inwoners van Caribisch Nederland, maar blijkbaar heeft niet enkel de tollenaar de stemming verziekt.

 


Zorg op Curaçao ver onder de maat

Het Slotervaartziekenhuis gaat een grote rol spelen in de gezondheidszorg van Aruba, Sint Maarten en Curaçao. Er is een concept van samenwerkingsovereenkomst met de ministeries van Volksgezondheid van deze eilanden. Daarin staat dat het Amsterdamse ziekenhuis medische specialisten gaat uitzenden die lokale mensen kunnen trainen en die kunnen ingezet worden bij gebrek aan lokale artsen.

Er komt ook online uitwisseling van medisch advies. De plannen moeten nog behandeld worden in de ministerraad van de respectievelijke eilanden.
In de overeenkomst is er sprake van gezamenlijke inkoop van apparatuur en medicijnen waardoor de kosten voor de kleine ziekenhuizen op de eilanden met de helft kunnen teruggebracht worden.

Samen met lokale inspecteurs gaan experts van Slotervaart toezien op de kwaliteit van de gezondheidszorg en klachten afwikkelen over medische nalatigheid. Slotervaart zou ook een adviserende rol spelen bij de plannen voor het nieuwe ziekenhuis op Curaçao en bij de uitbreiding van het Horacio Oduber ziekenhuis op Aruba.

De Arubaanse minister van Volksgezondheid Richard Visser slaakt een zucht van verlichting: “Eindelijk een partner die de mouwen wil opstropen en die ons direct kan helpen met het verbeteren van de kwaliteit van onze gezondheidszorg.”
Hij somt de argumenten op waarom de ziekenhuizen van de eilanden afzonderlijk te klein zijn om goede zorg te bieden op alle gewenste terreinen. Hij is er voorstander van dat ieder eiland zijn specialiteit ontwikkelt zodat patiënten van regio terecht kunnen in dat specifieke ziekenhuis waar de hoogste kwaliteit van zorg wordt gegarandeerd. Voor die ontwikkeling heeft hij Slotervaart als partner aangetrokken.

Op Curaçao zou de samenwerking met Slotervaart geen dag te vroeg komen. De artsen die werken op de intensive care van het Sint Elisabeth Ziekenhuis (Sehos) in Willemstad zeggen dat er onnodig mensen sterven op hun afdeling omdat er een schrijnend tekort is aan goed werkende medische apparatuur.

Laatst overleed een slachtoffer van een auto ongeluk aan een dubbele klaplong. Met een goed functionerend draagbaar röntgen apparaat op de afdeling zou de klaplong zijn ontdekt en zou de patiënt waarschijnlijk nog in leven zijn.
Directeur Javier Hernández van het Sehos zegt dat er nog meer apparaten aan vervanging toe zijn maar dat er geen geld is om nieuwe te kopen. Zelfs de aanschaf van medicijnen is soms lastig omdat er vaak onvoldoende fondsen zijn om leveranciers te betalen. Die kennen de financiële nood waarin het ziekenhuis verkeert en willen dat er contant wordt afgerekend. Omdat de tarieven niet kostendekkend zijn, maar de overheid die nooit heeft willen verhogen, zwemt het ziekenhuis nu in schulden. Hernández spreekt over een regelrechte crisis.

De inspectie voor Volksgezondheid die kritische vragen stelt bij de samenwerking met Slotervaart is er in al die jaren niet in geslaagd de kwaliteit van de zorg in het ziekenhuis boven een derde wereld niveau uit te tillen.
Tekort aan geld en apparatuur is iets waar het Sehos al jaren mee te kampen heeft. Vier jaar geleden smeekte de vorige directeur Douglas Pinedo al om apparatuur en om een nieuw ziekenhuis omdat het 150 jaar oude Sehos geheel niet meer geschikt is om moderne zorg te leveren.

Er zijn toen wel plannen gemaakt die voorzagen in het begin van de bouw in juli van dit jaar, maar daar is niets van in huis gekomen. Er zou een ziekenhuis gebouwd worden naar Deventer model, maar dat was door ruime toepassing van glas niet geschikt voor de zonnige tropen.
Nu is er weer een plan in voorbereiding voor een nieuw ziekenhuis op Curaçao. In augustus moet begonnen worden met de aanbesteding, volgend jaar zou de eerste steen moeten worden gelegd en het gebouw zou moeten klaar zijn in 2014.

Op Aruba is door minister Visser 60 miljoen euro vrijgemaakt voor de expansie en modernisering van het Horacio Oduber Hospitaal.


Isla op de agenda van Schotte

Voor vandaag is er in Willemstad een protestmars gepland tegen de zware milieuhinder veroorzaakt door de Isla petroleumraffinaderij.

De demonstranten hebben bijval gekregen uit onverwachte hoek: voor het eerst lijkt een Curaçaose premier zich iets aan te trekken van de gezondheid van de eilandbewoners die al jaren onder de giftige rook leven van de olieraffinaderij.

Premier Gerrit Schotte zegt over de Isla in een concept beleidsnota die hij aan minister Piet Hein Donner van Koninkrijksrelaties heeft gestuurd, dat het een “vervuilende industrie is die overlast bezorgt voor omwonenden en schadelijk is voor het milieu”. Hij wil niet meer alleen nadenken over de economische aspecten van de nu 93 jaar oude olieraffinaderij in het midden van Willemstad. Hij vindt het “onaanvaardbaar dat met regelmaat kinderen van scholen naar huis moeten worden gestuurd omdat de uitstoot zwaar overlastgevend is.” Dat aspect wil hij nu meenemen in de overweging voor het “niet of wel kiezen van olieraffinage als economische activiteit voor de toekomst.”

De vorige kabinetten hielden er vooral struisvogelpolitiek op na omdat het probleem zo groot was geworden dat het nog nauwelijks aan te pakken viel zonder onder ogen te moeten zien dat de raffinaderij eventueel zou moeten sluiten. Dat zou een verlies van werkgelegenheid opleveren op Curaçao en tot lastige onderhandelingen leiden met de Venezolaanse staatsoliemaatschappij PdVSA. Die huurt nog tot 2019 de Isla installaties.

Milieuactivisten stellen dat er gemiddeld jaarlijks 18 mensen overlijden aan de gevolgen van het inademen van de Isla rook. Ze zijn ook al jaren bang voor een grote ramp met de aftandse raffinaderij. Er is door de overheid nooit een calamiteitenplan opgesteld of nagedacht over grootscheepse evacuatie.

Peter van Leeuwen, voorman van milieuorganisatie SMOC voert actie tegen de Isla en tegen de eilandelijke overheid, die eigenaar is van de raffinaderij. Hij heeft al vele juridische procedures gewonnen maar dat heeft weinig beweging bij de overheid losgemaakt. Hij blijft sceptisch, maar zegt dat “de beleidsnota er op papier veelbelovend uitziet”. Hij vind het na jaren van officieel zwijgen “absoluut winst” dat nu voor het eerst de milieuproblematiek thema is bij de beleidsvorming. “Maar”, zo zegt hij, “er is zoveel feitenmateriaal over de schade die de Isla aanricht dat er eigenlijk direct wat ondernomen zou moeten worden.”

Hij hoopt dat snel de juiste experts worden aangetrokken die de bestaande milieuwetgeving implementeren en die de daad bij het woord voegen als het gaat om handhaving van de normen. Nederland heeft overigens geld gegeven voor versterking van de lokale milieudienst, voor meting van de uitstoot en voor handhaving van de hinderwet.

Schotte wil opschieten. Hij geeft zich nog tot het einde van het jaar de tijd om met een uitgebalanceerd plan te komen voor de raffinaderij na 2019. Sluiting wordt niet uitgesloten. Andere opties zijn de raffinaderij aanpassen aan aanvaardbare normen of een nieuwe raffinaderij bouwen op een andere locatie. Deze opties vragen om investering van miljarden.

De Curaçaose premier wil zo spoedig mogelijk naar Venezuela om het met PdVSA te hebben over de plannen voor de Isla. Er is ook nog een andere reden om daarover zo spoedig mogelijk met de huurder te praten. De internationale kwaliteitsnorm voor brandstof die van kracht wordt in 2014 gaat de sterk zwavelhoudende dieselolie die nu door de Isla wordt geproduceerd onverkoopbaar maken.

Het valt ook nog te bezien of de ambitieuze jonge premier geen problemen krijgt met zijn coalitiepartners. Die hebben zich in het verleden verzet tegen het hard aanpakken van de Isla en de optie van sluiting van de raffinaderij steeds van de hand gewezen.

 

 

 

 

 

 

 


Ruzie is politiek

De Curaçaose premier Gerrit Schotte en Emsley Tromp, president-directeur van de Centrale Bank van Curaçao en St. Maarten, rollen al ruziënd over de voorpagina’s van de lokale kranten. Ze beschuldigen elkaar wederzijds van corruptie.

Tromp zegt harde bewijzen te hebben over fout gedrag van drie ministers uit de huidige regering, inclusief de premier, en heeft aangekondigd aangifte te willen doen bij het Openbaar Ministerie.

In een rechtstreeks op tv uitgezonden persconferentie vroeg Schotte uitleg over een dubieuze lening van 1,2 miljoen euro waar Tromp bij betrokken zou zijn en waarvan een gedeelte zou zijn doorgesluisd naar diens eigen rekening.

Schotte en Tromp liggen elkaar niet. Ze spelen elkaar al enige tijd verwijten toe via de pers. Tot nog toe vonden ze elkaar slecht functioneren op de posities die ze bekleden en vonden ze van elkaar dat ze de ontwikkeling van het nieuwe land Curaçao in de weg stonden.

De vlam sloeg in de pan toen Tromp vond dat “er op hem wordt gejaagd” door de ministers van Financiën en van Economische Ontwikkeling en beschuldigde ze van corruptie. Hij werd bij de premier ontboden voor een gesprek daarover maar dat draaide uit op geroep en getier in de gangen van Fort Amsterdam.

Toen op 10 oktober van vorig jaar de Antillen werden afgeschaft, zijn zowel Curaçao als St. Maarten autonome landen geworden, maar ze hebben nog wel samen een Centrale Bank. Op Curaçao kwam na de verzelfstandiging de vroegere oppositie aan de macht. Emsley Tromp bleef aan als topman van de Centrale Bank. Hij wordt gezien als een exponent van de vorige regering.

Over de wederzijdse beschuldigingen is een spoedvergadering van het parlement ingelast, maar dat is meestal niet de eerste plek waar de politieke strijd wordt uitgevochten.

Topstukken uit de oude en uit de nieuwe regering vegen elkaar dagelijks de mantel uit in de krant en op radio en tv. Iedereen vindt transparantie en strijd tegen corruptie een topprioriteit. Dat leidt ertoe dat met grote regelmaat de vuile was wordt buiten gehangen.

 

 

 

 


Migranten op de korrel

“Da You” is niet meer de pittoreske Chinese toko van weleer. De winkel van eigenaar Youhong Zhen is uitgegroeid tot een praktische, moderne buurtsuper. Maar net als vroeger, toen het nog een rommelig zaakje was, is hij open vóór acht uur ’s ochtends en sluit hij nooit vóór tienen ’s avonds.

Het houten bankje voor de deur is ook gebleven. Dat is nog steeds de ontmoetingsplek bij uitstek voor de Curaçaose mannen die in de loop van de dag grote behoefte krijgen aan een koud biertje.

Elke buurt heeft zo een zelfde minimarkt en bijna altijd wordt die gerund door een Chinese migrant met zijn familie. Als die kleine supermarkten er niet zouden zijn, moesten ze uitgevonden worden want zonder het onvoorstelbare assortiment aan spullen dat er wordt verkocht, ook nog eens aan de laagste prijzen, functioneert de buurt niet. Om van de noodzakelijke voorziening van koude biertjes maar niet te spreken!

De eigenaren worden nog steeds zonder veel eerbied met “hé chino” aangesproken. Het wordt de nijvere Chinezen, die letterlijk elke dag van het jaar de hele dag open zijn, nu bovendien ook nog eens verweten dat ze de Curaçaose economie schade berokkenen.

Volgens de Partido Laboral worden er door de Chinezen geen lokale arbeidsplaatsen gecreëerd en exporteren ze deviezen. “Wij zijn niet tegen migranten, maar hun bedrijfsvoering mag niet tegen ons land en volk gericht zijn”, zegt de partij. In een persbericht wordt betreurd dat het voornamelijk de Chinezen zijn die de laatste jaren zijn doorgedrongen in de minimarkten en de kleine restaurants.

Zonder veel bewijsvoering worden de Chinezen ook in verband gebracht met illegaal gokken, illegale prostitutie en handel in illegale producten. Het schijnt dat de Chinezen alles kunnen doen zonder gehinderd te worden door justitie, schrijft de PL. “De lokale Chinese economie levert oneerlijke concurrentie op voor lokale bedrijven die wel gebonden zijn aan controle op arbeid, hygiëne en belastingen.”

Deze hetze tegen de Chinezen is nieuw. Er is misschien altijd wel iets van onderhuidse frictie geweest tussen de lokale bevolking en migranten, maar het is nu virulent omdat er blijkbaar politiek mee gescoord kan worden.

De Partido Laboral is een kleine linkse partij die is voortgekomen uit een vakbond en heeft ooit redelijk succes gehad. Hun “swooping statement” over de Chinezen heeft veel mensen verrast. Bij de laatste verkiezingen hebben ze echter geen zetels meer gehaald. Met dit migranten thema komen ze weer in de belangstelling.

Het groeiende politieke sentiment om Curaçao te willen teruggeven aan de Curaçaoënaars richt zich niet alleen tegen de Chinezen.

Er wordt ook luid afkeer geventileerd van Nederlandse stagiairs. Daar zijn er zo, het hele jaar door, gemiddeld een duizendtal van te vinden op het eiland.

Jaime Cordoba van Pueblo Soberano (PS) heeft het over die “horde Nederlanders” en beweert dat “de lokale studenten amper stageplaatsen kunnen krijgen terwijl de Nederlandse studenten kunnen kiezen”.

Partijleider Helmin Wiel van PS meent bovendien dat die Nederlandse stagiaires na hun stageperiode hier blijven werken en zo banen inpikken van de lokale bevolking.

Dat soort oprispingen tegen Europese Nederlanders zijn er altijd wel geweest, maar nu zit de PS, die daar graag gebruik van maakt, in de regerende coalitie.

“Het vinden van een stageplek is inderdaad niet eenvoudig,” zegt Maarten de Jong, directeur van “Bureau Wereldstage” die bij lokale bedrijven bemiddelt voor Nederlandse stagiairs. Als de gewenste stageplek niet gevonden wordt door een lokale student, heeft dit volgens hem niets te maken met de aanwezigheid van Nederlanders.

Hij is in gesprek met de ministers van Onderwijs, Economische Zaken en Sociale Zaken om het negatieve sentiment te keren en zijn bureau ook dienstbaar te maken voor de lokale studenten.

De Curaçaose studenten zouden volgens hem toch ook pro-actiever te werk moeten gaan. “Het vinden van een stage is bijna een vak op zich en de studenten hier kunnen op dat gebied nog veel leren”, zegt hij. “De docenten moeten niet op zoek gaan, maar slechts kennis van zaken aanreiken. Hierna moeten de studenten zelf gaan solliciteren.”

Pueblo Soberano is begonnen met een kruistocht tegen alle migranten. Ze combineren de hekel aan buitenlanders met oprechte zorg over de werkloosheid, die vooral onder de lokale jongeren erg hoog is. De partij heeft een initiatiefwetsvoorstel ingediend dat ervoor moet zorgen dat elk bedrijf op het eiland voor minstens 80 procent lokale mensen in dienst heeft.

Wiels wil dat vooral in de horeca en in de bouw Curaçaose arbeidskrachten worden tewerkgesteld, want “die moeten tegenwoordig toezien hoe voornamelijk niet-lokalen aan bod komen”, aldus Wiels. Als de wet wordt aangenomen, worden bedrijven bestraft die minder dan 80 procent lokale arbeidskrachten in dienst hebben. Uiteindelijk kan zo’n bedrijf zelfs gesloten worden.

In een populair eetcafé op het Wilhelminaplein in het hartje van Willemstad zijn de obers een mix van jonge Hollandse en Curaçaose meiden. De samenstelling wisselt zowat om het halve jaar. “Het is voor bijna iedereen die hier werkt eerder een tussenstation dan een carrière, zegt een serveerster met blonde krulletjes die net het eten brengt voor een tafeltje met Curaçaose klanten. Ze is geen stagiaire, maar verdient wat bij tot ze voor een vaste baan weer naar Nederland moet. Voor een lang gesprek over dreigend sluitingsgevaar heeft ze geen tijd want het is aanpoten rond de lunch.

Dat 80/20 wetsvoorstel is, sedert het werd ingediend, wel het gesprek van de dag. Dat kan ook niet anders, want op Curaçao zijn migranten onmisbaar om de dagelijkse gang van zaken draaiende te houden. Leraren komen vaak uit Suriname, de meubelhandel wordt gedreven door Libanezen, de lokale landbouw gebeurt door Portugezen, er wordt rond de villa’s in de betere buurten getuinierd door Haïtianen, de kappers en schoonheidsalons worden bevolkt door personeel uit de Dominicaanse Republiek. Er zijn mensen van 107 nationaliteiten op een eiland met 143.000 bewoners.

Een arbeidskrachtenonderzoek uit 2009 van het Curaçaose Centraal Bureau voor de Statistiek toont aan dat maar 73 procent van de beroepsbevolking een lokale arbeidskracht is. Zes procent is in Nederland geboren en 21 procent ergens anders.

Het aantal op Curaçao geboren werknemers is in 2009 ook nog eens met ruim 1.000 personen afgenomen, terwijl er bijna 1.300 buitenlandse werknemers zijn bijgekomen.

Van het totaal aantal buitenlanders op Curaçao is 6 procent werkgever en 12 procent kleine zelfstandige. Dat lijkt allemaal nogal mee te vallen, maar het klinkt anders in het perspectief van de Curaçaose economie: slechts 59 procent van de werkgevers is lokaal en 41 procent is buitenlands. Onder kleine zelfstandigen zijn de percentages respectievelijk 56 en 44 procent.

Joep Rooijakkers, de manager van een groot vervoers- en verhuisbedrijf, geeft de 80/20 wet geen kans. Hij heeft zelf voornamelijk Curaçaoënaars in dienst, dus het treft hem straks niet, maar hij begrijpt wel dat zonder import de hoeveelheid werk die er op het eiland is niet verzet kan worden. Zowel aan de bovenkant als aan de onderkant van de arbeidsmarkt zijn er migranten nodig voor jobs die de lokale bevolking niet kan of niet wil uitvoeren. “Het is grotendeels politieke retoriek,” zo zegt hij, “maar het houdt de gemoederen wel bezig.”

De kritiek op buitenlandse aanwezigheid op Curaçao is vaak ook gewoon kritiek op de mores van die buitenlanders.

Meestal spoort de manier van doen van de migranten niet met de traditie van de lokale bewoners. De migranten zijn druk met het boetseren van hun toekomst en doen dat op hun eigen manier. Ze zijn nu wel op Curaçao, maar dat is niet altijd het centrum van hun wereld.

De lokale bewoners hebben er vaak niet zo’n grote behoefte aan om door migranten te worden meegenomen in een grote vaart der volkeren. Ze houden er liever hun eigen manier van doen op na. Daarom mengt migrantenarbeid en lokale arbeid als olie en water en heerst er groot wederzijds onbegrip.

Respect voor de lokale gang van zaken, op het eigen eiland gerespecteerd worden als Yu di Kòrsou (Curaçaoënaar, in het Papiaments), dat is waar het schoentje knelt.

Ultranationalist Wiels verduidelijkte in een radio interview: “Iemand die hier gevestigd is en wiens papieren in orde zijn kunnen we beschouwen als Yu di Kòrsou, als die hier al geruime tijd woont. Als je onze taal spreekt, onze gewoonten, onze mensen, onze muziek en onze geschiedenis respecteert, dan ben je Yu di Kòrsou.”

Aan die criteria voldoet Youhong Zhen meer dan voldoende, maar hij heeft er niet zo’n behoefte aan om als Curaçaoënaar gecoöpteerd te worden. Als alles volgens plan verloopt gaat hij – na meer dan 10 jaar op Curaçao – tegen het eind van het jaar naar New York om daar een winkel te beginnen. Voor hem was de wereld al groot, nog vóór hij naar Curaçao emigreerde.

Overigens heeft bijna de helft van alle Curaçaoënaars in de loop van de jaren hun bestaan ergens anders op de wereld vorm gegeven. De andere helft is op het eiland gebleven.


Referendum Bonaire


KRALENDIJK – Bonaire is de enige Nederlandse gemeente die alleen maar bereikbaar is per vliegtuig. Op het luchthaventje is meteen duidelijk dat dit eiland nu geen deel meer uitmaakt van de Antillen: het paspoort wordt er voortaan nagekeken en gestempeld door een agent van de marechaussee, net als op Schiphol.

Vandaag wordt op het eiland een referendum gehouden waarbij ruim 9600 stemgerechtigden mogen zeggen of de pas verworven status van bijzondere gemeente van Nederland ze wel bevalt.

Die status is op 10 oktober ingevoerd, maar al van vóór die datum was er twijfel onder een flink gedeelte van de Bonairianen of dat wel het beste voor ze was. Met de aansluiting bij Nederland kwam de euthanasiewetgeving, het homohuwelijk en legale abortus op ze af en dat spoorde niet met de eigen traditie. Ook zouden de bewoners niet dezelfde sociale voorzieningen krijgen als in Nederland, dus wat was het waard, die aansluiting bij het verre moederland?

Van die angst of twijfel is nu maar weinig te voelen. Slechts aan kleine dingen zoals de marechaussee op de luchthaven is goed te zien dat er wat is veranderd, maar eigenlijk gaat twee maanden na de staatkundige verandering het dagelijkse Bonairiaanse leven grotendeels zijn oude gangetje.

“Er wordt ondertussen een dialyse centrum en een mortuarium bij het ziekenhuis gebouwd. Daar zaten de Bonairianen al 20 jaar op te wachten. Ze hebben nu allemaal een ziektekostenverzekering, het afvalwater van de cruiseschepen wordt eindelijk gezuiverd voor het weer de zee in gaat en de middelbare scholieren hebben gratis nagelnieuwe schoolboeken uit Nederland ontvangen, maar de impact van dit soort veranderingen is nog niet goed voelbaar”, zegt Marieke Serruys, beleidsmedewerker van het Bonairiaanse bestuur: “de uitwerking van het nieuwe belastingstelsel is nog onduidelijk, de gepensioneerden menen er op achteruit te gaan, maar er is na 10 oktober geen grote golf van onvrede over het eiland gespoeld waardoor het referendum is gaan leven.”

“Als de aansluiting bij Nederland de Bonairianen niet bevalt, kunnen we er best nu over praten. Als we moeten wachten op het eerste evaluatiemoment over vijf jaar en de mensen zijn er niet blij mee, hebben we pas in 2020 de gewenste status”, zegt gedeputeerde Anthony Nicolaas van staatkundige structuur, voorstander van een lossere associatie met Nederland met meer autonomie voor het eiland.

Coalitiepartner UPB vindt het al lang goed en heeft de kiezers opgroepen thuis te blijven. “We krijgen een niveau van voorzieningen dat we nooit zelf hadden kunnen betalen,” zegt politicus Ramoncito Booi die in de vorige eilandelijke regering over de band met Nederland heeft onderhandeld. Hetzelfde argument hanteert de oppositie maar die noemen het “uit de hand van Nederland eten” en vrezen daardoor eigen zeggenschap in te leveren.

Als de opkomst vandaag minder is dan de helft van de stemgerechtigden, heeft het referendum geen rechtsgeldigheid. Dan blijft huidige situatie bestaan en wordt de ingeslagen weg verder bewandeld. Mocht er toch een meerderheid tegen de huidige gang van zaken zijn, dan moet Nederland tegen heug en meug weer naar de onderhandelingstafel.


Interview uittredend premier Emily Jongh-Elhage

– U bent nog 1 dagje premier van de Nederlandse Antillen, maar dat land houdt zondag op te bestaan. U bent daarna ambteloos burger, wat gaat u doen vanaf maandag?

Mijn dochter is op bezoek en die krijgt even al mijn aandacht, maar daarna ga ik meer doen voor mijn partij, de PAR. Ik ga niet uit de politiek maar ik wordt ook niet meteen Statenlid hoewel ik verkozen ben met het grootste aantal voorkeurstemmen, dat komt later wel. Ik probeer eerst mijn bindende rol op dit eiland te blijven spelen. Ik wil me inzetten voor de jeugd, de sport en de bejaarden. Donderdag ga ik de laptops voor de VMBO scholen uitdelen.

– Breekt het U op dat U niet de premier wordt van het nieuwe land Curaçao?

De PAR is als grootste partij uit de stembus gekomen maar heeft nooit de kans gehad om te onderhandelen over regeringsdeelname. Ik denk dat Gerrit Schotte per se premier wilde worden en dat daar al afspraken over bestonden met Charles Cooper van de MAN uit de tijd dat Schotte uit die partij stapte. Ik heb na de verkiezingen direct van de MAN een brief gekregen dat ze niet met ons wilden onderhandelen. Het heeft me verrast dat Schotte en Cooper wel zaken hebben willen doen met Helmin Wiels van de PS, ik vind dat een gevaarlijk heerschap. Hij zaait haat.

– Jamaar, breekt het u op dat u niet de persoon bent die als premier de vlag hijst van het nieuwe land: U heeft daar toch vier jaar lang over onderhandeld met Nederland.

De nieuwe coalitie stapt in een gespreid bedje. Er is voor het eerst in tijden een begrotingsoverschot, er zijn goede afspraken gemaakt met Nederland. Ze gaan precies doen wat wij voor ze hebben voorbereid. Ze hebben nog steeds niet verteld wat ze anders willen gaan doen. Dat wij nu niet in de regering zitten, heeft te maken met onszelf. Misschien hebben we te weinig of niet goed gecommuniceerd over onze plannen en over wat we hebben bereikt. Daarom moet ik mijn rol van bruggenbouwer nu blijven spelen en samenwerking zoeken.

– Wat gaat er veranderen voor de eilanden na 10-10-10?

Er zal minder bureaucratie zijn, want er valt een bestuurslaag weg. De BES-eilanden zullen al spoedig gaan merken dat ze vanuit Nederland worden bestuurd.

– U zegt dat er minder bureaucratie zal zijn, maar er blijven wel evenveel ambtenaren.

Er zijn veel ambtenaren van de Nederlandse Antillen die dezelfde taak nu gaan uitvoeren voor het nieuwe land Curaçao of St. Maarten. Denk aan douane of politie. Er is niet zo veel overlapping tussen de bestuurslagen als je denkt, maar de komende vijf jaar zullen er door natuurlijk verloop 800 ambtenaren verdwijnen. We hebben de laatste maanden contracten tijdelijk verlengd van meer dan 100 mensen. Die zullen als eersten op pensioen gaan of afvloeien.

KADERTJE

Wat verandert er na maandag voor Bonaire, Saba en St. Eustatius (de BES-eilanden) die een speciale gemeente worden van Nederland en voor Curaçao en St. Maarten die autonome landen worden binnen het Koninkrijk?

– De Amerikaanse dollar wordt vanaf 1 januari wettig betaalmiddel op de BES-eilanden, niet de euro. In een overgangsperiode zullen de Antilliaanse gulden en de dollar samen geaccepteerd worden. De bevolking vreest dat met de invoering van de dollar de prijzen zullen stijgen.

– Op Curaçao en St. Maarten komt een Caribische gulden, maar wegens tijdnood wordt die pas waarschijnlijk in 2012 ingevoerd.

– Op de BES eilanden wordt stapsgewijs de Nederlandse wetgeving inzake abortus, euthanasie en het homohuwelijk ingevoerd; dat zijn op die eilanden zeer controversiële onderwerpen en er bestaat veel verzet tegen. Het grote argument is dat voor wat betreft dat soort kwesties Nederland wel gelijkvormigheid eist, maar die niet wil gunnen voor wat betreft sociale voorzieningen.

– Op St. Maarten en Curaçao verandert er weinig want de meeste plannen zitten nog in de pijplijn. Er is afgesproken dat men nog twee jaar de tijd neemt om alle gewenste en met Nederland afgesproken veranderingen door te voeren.

– Nederland is straks verantwoordelijk voor politie en justitie op alle eilanden en houdt de financiën in het oog.