More from: Bonaire

Koningin Beatrix bezoekt Bonaire en krijgt protestbrief aangeboden

KRALENDIJK – “Rot op, de slaventijd is voorbij!” Het was niet tegen haar persoonlijk bedoeld, maar dat was wel de tekst die de majesteit te zien kreeg toen ze zondagavond aankwam op Bonaire. Officieel was de visite van koningin Beatrix en de rest van het koninklijk gezelschap dan nog niet eens begonnen. Enkele tientallen demonstranten tegen de Nederlandse bemoeienis met het eiland hadden postgevat bij de uitgang van Flamingo Airport en de toon voor het koninklijk bezoek aan de kersverse “speciale gemeente van Nederland was meteen gezet.

Het protest kwam gisterochtend pas echt op dreef bij de officiële verwelkoming voor de deur van het Pasanggrahan gebouw, de zetel van de Eilandsraad, in het hartje van Kralendijk. Toen het koninklijk gezelschap de auto uitstapte stonden enige tientallen Oranjeklanten te zwaaien met Nederlandse vlaggetjes, maar tegen de tijd dat de koningin al vriendelijk wuivend tot bij de poort van het gebouw was gewandeld, stond er net zo veel volk te demonstreren met teksten als “Wij zijn boos” en “Wij willen een referendum”.

“We voelen ons in het nauw gedreven en we willen onze stem laten horen”, zegt Cedric Soleana, leider van de protestactie. In naam van “Hende Preocupá” (Bezorgde Mensen) mag hij de koningin een petitie aanbieden. “U begrijpt dat mijn positie een andere is, u moet bij de minister zijn”, legt de majesteit hem uit, “maar ik zal zeker aandacht besteden aan uw grieven. Het hoort erbij dat er klachten zijn en dat misschien niet alles even vlot verloopt, maar samen komen we een heel eind. Ik ben blij dat u met waardigheid uw stem laat horen.” Beatrix schudt Soleana’s hand. “Ik hoop bij mijn volgende bezoek met u persoonlijk de verbeteringen te kunnen bespreken”, voegt Prins Willem-Alexander er nog aan toe. Als koningin met haar gevolg al doorlopen naar de auto, neemt ook minister Donner van Koninkrijksrelaties een kopie van de petitie in ontvangst met de belofte er goed naar te kijken en er persoonlijk op te reageren. “De koningin heeft haar moederhart getoond,” zegt Soleana als hij zijn taak heeft verricht. Hij is van plan om iedereen aan zijn belofte te houden.

Bonaire moest het grote voorbeeld worden van hoe de kleine eilanden van de Antillen als onderdeel van Nederland zouden floreren, maar de nieuwe staatkundige positie als “speciale gemeente van Nederland” is niet goed voorbereid en is te bruusk en met te weinig begrip voor de lokale gevoeligheden doorgevoerd.

De aansturing gebeurt door Den Haag, veel te ver weg van Kralendijk, niet alleen qua afstand, maar in alle opzichten. De vraag die men zich nu hardop stelt is of de gekozen formule wel de juiste is. De actievoerders willen na een jaar van hoge belastingen, gestegen levensduurte en slecht nagekomen beloften van betere zorg een referendum waarin de bevolking zich zou moeten uitspreken over een minder strakke associatie met Nederland of zelfs onafhankelijkheid.

“Als dit eiland moest onafhankelijk worden, dan zakt het zorgniveau gelijk met 50 procent”, zegt Bert van Dijck. Hij is in 2009 samen met zijn vrouw naar Bonaire gekomen. Zij is van nabij betrokken bij de staatkundige ontwikkelingen van het laatste anderhalve jaar en hij verdedigt de Nederlandse aanpak. “Het is zeker niet het hele volk dat ontevreden is”, zo relativeert hij het protest, “en over wat de consequenties zouden zijn van een losse associatie of van onafhankelijkheid is al helemaal niet nagedacht door deze mensen”.

Als het koninklijk gezelschap al lang is vertrokken is staan op het plein groepjes van voor- en tegenstanders van de huidige status nog lang druk te discussiëren.

Het koninklijk bezoek aan alle eilanden van de Nederlandse Cariben is op het eind van vorige week in Aruba begonnen en verliep in een positievere sfeer, ondanks dat er ook daar enige demonstranten waren komen opdagen die zich afzetten tegen Nederlandse bemoeienis. Vanmiddag (Nederlandse tijd) bezoeken Koningin Beatrix, prins Willem-Alexander en prinses Máxima Curaçao.

De verwachting is dat daar ten overstaan van het koninklijk gezelschap ook veel van de lokale onvrede zal worden geuit, door zowel voorstanders van Curaçaose onafhankelijkheid als van de tegenstanders van de huidige regering die op meer Nederlandse interventie aandringen.


Bonaire, Saba en Statia: ongelukkige ‘gemeenten’ van Nederland

Toen op 6 september Bonaire Dag werd gevierd, de officiële feestdag van het eiland, kwamen bij de plechtigheden bijna 700 eilandbewoners opdagen om te protesteren in plaats van om te feesten.

Als percentage van de bevolking (15.000 inwoners) kan dat protest al tellen, maar wie de Bonairianen kent, trok de wenkbrauwen op. Het zijn immers de geduldigste en zoetste inwoners van Caribisch Nederland: “protest” leek niet eens in hun woordenboek voor te komen, en dan dit.

Hun eiland is – net als Saba en St. Eustatius – nu bijna een jaar geleden een gemeente van Nederland geworden. Hoe dat uitpakt bevalt niet, Daar wordt nu steeds breder uiting aan gegeven, precies zoals op Saba en St. Eustatius.

De tweeling Cedric en Eric Soleana zijn de organisatoren van de demonstratie op Bonaire. Ze wisten jong en oud te mobiliseren, rijk en arm, aanhangers van rivaliserende partijen en Bonairianen zowel als Nederlanders die er al lang wonen.

“Het zit ons ook hoog”, zegt Eric, “er is zoveel beloofd waar niets van is terechtgekomen en tegelijk is er is te veel veranderd in te korte tijd. We voelen ons voor de gek gehouden. Waar wel invulling aan wordt gegeven is niet wat we willen.”

Hij geeft het voorbeeld van zijn moeder. Die is al een eind in de zeventig en moet soms voor een behandeling naar Curaçao. Ze heeft daar vroeger altijd begeleiding bij gehad. Eerst de vliegreis naar Curaçao en daar dan met het busje naar het ziekenhuis. Maar de nieuwe Nederlandse regels voorzien niet in vergoeding van begeleiding. Moeder kan niet meer naar Curaçao. Het is hier nu eenmaal niet zo simpel als van Utrecht naar Amsterdam. “Er was ons veel betere gezondheidszorg beloofd, maar dat valt op deze manier dan bitter tegen. Je kan het ook niet aankaarten want dan hoor je dat het vanaf 10-10-10 nu eenmaal zo is. Dat irriteert”, zegt hij.

De opschriften die in de demonstratie werden meegedragen hekelden vooral de fors toegenomen belastingen, de gestegen kosten van levensonderhoud, het onbegrip voor de typisch Bonairiaanse eigenheden en de botheid waarmee nieuwe wet- en regelgeving wordt ingevoerd.

Bij de lokale overheid is het draagvalk voor de nieuwe staatkundige positie weggesmolten. Voor veel nieuwe instituties is tekort aan personeel of zijn er geen fondsen voorzien om ze draaiende te houden. Er is bijvoorbeeld een rioolzuiveringsstation gebouwd, maar er is geen geld voorzien om die te laten functioneren. In Nederland wordt zoiets betaald uit een heffing die op Bonaire niet bestaat. Slecht over nagedacht.

“Er lijkt veel verspijkerd, maar de nieuwigheden werken niet terwijl de oude gang van zaken is afgeschaft”, zegt een ambtenaar, “Henk Kamp (de vorige Rijksvertegenwoordiger, nu minister van Sociale Zaken in Nederland) zei tegen iedereen die het wilde horen dat we nu de beste overheid ter wereld zouden krijgen. Die hoogmoed is hier gestruikeld.”

Waar goed op werd gereageerd was de inhaalslag in het onderwijs. Schoolboeken zijn gratis, maar ze komen uit Nederland. De Bonairiaanse leerlingen moeten nu berekenen hoelang het vliegen is van Amsterdam naar Marokko. Al het lesmateriaal is in het Nederlands en de angst groeit dat het Papiaments op Bonaire ten dode is opgeschreven.

“Onze cultuur, onze normen, onze taal, alles staat onder druk”, zegt Soleana. Hij verzamelt handtekeningen voor een referendum: “we willen heel neutraal aan de Bonairianen voorleggen of ze met Nederland een directe band willen, een lossere associatie of onafhankelijkheid. We gaan ruim de tijd nemen om de uitleg over alle opties tot ons te nemen. Maar we willen af van het heersende systeem van ‘wie zwijgt stemt toe’.”

Met de komst naar Bonaire van Wilbert Stolte, de nieuwe Rijksvertegenwoordiger, kwam ook het begrip voor de klachten van de Bonairianen. De Rijksvertegenwoordiger is de verbindingspersoon tussen de Caribische eilanden die nu gemeenten van Nederland zijn geworden en Den Haag.

Stolte

Stolte heeft er geen moeite mee te erkennen dat het met de implementatie van de Nederlandse nieuwigheden op Bonaire na 10-10-10 niet allemaal koek en ei was.

“De Nederlandse rijksoverheid heeft weinig of geen ervaring met de uitvoering van beleid”, zo legt hij uit, “dat doen in Nederland immers de lagere overheden of uitvoeringsorganen zoals bijvoorbeeld de verzekeraars in de zorg.” Nu moet er plots door die rijksoverheid beleid uitgevoerd worden bij een partner op 9000 kilometer afstand, zonder dat daar nog een laag tussen zit en ook nog eens in een cultuur die men amper kent.”

“Er is te veel, tegelijk op Bonaire afgevuurd en de veranderingen zijn niet altijd even pastoraal doorgevoerd”, beseft Stolte, “maar niets is in beton gegoten en je ziet dat er al wordt bijgesteld. Staatssecretaris Weekers van Financiën heeft al aanpassingen aangekondigd van het belastingsysteem en de aanpak in de gezondheidszorg wordt tegen het licht gehouden.”

De Bonairianen moesten volgens Stolte ook nog wennen aan een overheid die regels en wetten handhaaft: “In de tijd van een centrale Antilliaanse overheid hoefde niemand op Bonaire zich veel van de regels aan te trekken, nu wordt de wetgeving wel uitgevoerd. Een actieve centrale overheid, dat moet natuurlijk wennen. Het kan best dat het allemaal wat bureaucratischer is geworden, maar de Bonairianen komen er nu achter dat Nederland haar zorgfunctie wenst na te komen en dat ze onderdeel zijn geworden van een systeem dat betere bescherming biedt.”

Stolte wil met nadruk het gevoel bij de Bonairianen wegnemen dat hun taal onder druk staat: “Er worden nu leraren Papiaments opgeleid voor het lokale onderwijs, dat is in de tijd van de Antillen nooit gebeurd.”

Thodé

Glenn Thodé, de gezaghebber van Bonaire – vergelijkbaar met de burgemeester in Nederland – heeft de heeft de koningin gevraagd hem per 1 januari aanstaande ontslag te verlenen.

Thodé hoeft het politieke gekrakeel op Bonaire niet meer. De afgelopen drie jaar zijn er negen bestuurswisselingen geweest, bijna allemaal ingegeven door plat opportunisme van de betrokken politici. Grote bestuurlijke inertie en weinig daadkracht waren het resultaat. Bij de laatste bestuurswisseling is er weer tenminste één mandataris aangetreden die verdacht wordt van corruptie.

Thodé ziet het mislukken van de overgang naar Nederlandse gemeente grotendeels als probleem van de Bonairiaanse politiek. Die valt te verwijten dat ze wel van alles wilden, maar te lang negatief tegenover Nederland hebben gestaan en zich onvoldoende gepresenteerd hebben als partner. “Op vraag van Bonaire is het bestuurskantoor voor de Nederlandse Cariben ook op Bonaire gekomen, maar nu het er staat worden de ambtenaren die er werken gezien als kolonisten”.

“Van Bonairiaanse kant is veel te laks opgetreden. De nieuwe situatie is niet vorm gegeven door de lokale politici. Aan de andere kant is Nederland hier gekomen met een houding van “dat gaan wij hier wel eens snel regelen”. Het superioriteitsgevoel is op het Calimero-complex gebotst.”

“Door Nederland is de mensenmaat niet gehanteerd en er is slecht naar ons geluisterd.” Dat is volgens de scheidende Bonairiaanse gezaghebber de andere grote oorzaak van de problemen waar de Bonairianen nu over klagen. Hij is, als hij de balans opmaakt nu het eiland een jaar geleden een gemeente van Nederland is geworden, niet gelukkig met het resultaat. “We hadden gerekend op empathie en we hebben een machinerie gekregen.”

Voor de kleine Bonairiaanse gemeenschap, die in niets lijkt op Nederland, moeten oplossingen op maat gezocht worden, vindt Thodé. Als de algemene regel wordt toegepast, schiet men het doel voorbij. “We worden teveel met een Nederlandse gemeente vergeleken”, zegt hij, “er wordt gekeken naar de meetlat in plaats van naar het gewenste resultaat.”

“Toen de Antillen nog bestonden en we iets wilden van de centrale overheid, belden we met de minister op Curaçao.
Die kreeg je dan direct aan de lijn. Die zei doorgaans zonder veel omhaal dat er geen geld voor Bonaire was en dat we het zelf maar moesten zien op te lossen. Nu komt de minister niet aan de lijn. In het beste geval hoor je van een ambtenaar een omslachtig verhaal. Het komt er op neer dat er voor wat jij wil geen kader is om geld te krijgen. Maar o wee als je het zelf oplost, want dan is het niet goed.”

“Als we het nu niet samen aanpakken komen we over een aantal jaren voor dezelfde onwerkbare situatie te staan als met de Antillen. Alleen is Willemstad dan ingeruild voor Den Haag.”


Jaren-vijftig-samenleving krijgt van Nederland de 21ste eeuw door de strot geduwd

De intimiderende grijsblauwe nieuwbouw van de Belastingsdienst op Bonaire bulkt uit boven de kleurrijke rest van het minuscule Kralendijk en wordt smalend “het huis van de tollenaar” genoemd. De belastingontvanger bepaalt in Caribisch Nederland het imago van de nieuwe overheid.

De mini-economieën die vroeger floreerden op Bonaire, St. Eustatius en Saba (BES) bezwijken onder de fiscale druk. Bovendien is door belastingen en accijnzen en door de invoering van de dollar het leven voor veel eilandbewoners onbetaalbaar duur geworden, vooral voor de gepensioneerden. De BES eilandjes zijn op 10 oktober van vorig jaar gemeenten van Nederland geworden.

Niet enkel de verstikkende belastingen frustreren de bewoners van de BES eilanden. In hun ogen heeft de aansluiting met Nederland nog wel meer ellende opgeleverd.

De Rijksvertegenwoordiger, de hoogste Nederlandse functionaris in de Nederlandse Cariben, spreekt voorzichtig in zijn eerste halfjaarlijkse rapport over de “veelgehoorde klacht van verlies van eigen identiteit en cultuur” en over “de toestroom van Europese Nederlanders en de vrees steeds minder te zeggen te hebben op het eigen eiland”. Hij zegt “dat er teveel is veranderd in kort tijdsbestek” en dat “voorkomen dient te worden dat het beeld ontstaat dat Nederland zijn belofte niet nakomt over het verbeteren van het voorzieningenniveau op het eiland.”

De Bonairiaanse oud-politicus Jopie Abraham schrijft het wat forser op in een open brief aan minister Piet Hein Donner van Koninkrijksrelaties. Hij heeft het over “desastreuze ontwikkelingen” op zijn eiland en waarschuwt voor het opkomen van latente gevoelens van “makambahaat”. Makamba is het lokale scheldwoord voor witte Nederlander.

Zes onderzoekers van de Nationale Ombudsman hebben vorige week op de BES-eilanden gesproken met mensen uit alle geledingen van de maatschappij en zijn terug naar huis gevlogen met een considerabele klachtenlijst.

De meeste van die klachten betreffen de zorg en de hogere kosten voor levensonderhoud, maar er zijn bijvoorbeeld ook klachten over het slecht functioneren van douane en politie.

“Veel lijkt terug te voeren tot communicatieproblemen of een gebrek aan voorlichting”, zegt onderzoeker Marjolein Bannier van de Ombudsman die met haar collega Stefan Pfeifer het onderzoek op Bonaire heeft verricht. “De nieuwe Nederlandse regels zijn na 10 oktober van vorig jaar direct en misschien te snel doorgevoerd, zonder overgangsperiode. Allerlei nieuwe diensten werken nog niet naar behoren en dan vragen de mensen zich al snel af of die slecht functionerende nieuwigheden wel beter zijn dan de oude gang van zaken.” Ze geeft het voorbeeld van gratis servicenummers die het niet doen en van een gebrek aan voorlichting en dienstverlening in het Papiaments, de eilandelijke voertaal. Volgens Bannier en Pfeifer vragen de mensen zich ook af waarom er weinig – of niet – wordt geluisterd als ze aangeven dat iets niet werkt.

Over sommige zaken is echt niet voldoende van tevoren nagedacht. De lokale winkeliers kunnen hun koopwaar vaak alleen maar betrekken uit het nabijgelegen Curaçao, waar Bonaire vroeger één land mee vormde. Nu moeten ze daar plots tien procent invoerrechten over betalen. Dat komt boven op de eerder onbestaande accijns op benzine en allerlei andere nieuwe heffingen.

De gratis tandarts zit nu in het verplichte ziekenfondspakket, dus wil iedereen graag zijn gebit laten saneren. Maar er zijn onvoldoende tandartsen op het eiland om iedereen te kunnen helpen. Door de lange rijen wachtenden komen acute patiënten niet aan de beurt.

Zaken met de overheid moeten vanaf nu digitaal aangevraagd of geregeld worden, maar op de eilanden is er geen breedband internet, lang niet iedereen heeft een computer en als er een computer beschikbaar is kunnen de mensen er niet mee omgaan. “Deze jaren-vijftig-samenleving krijgt van Nederland de 21ste eeuw door de strot geduwd”, zegt een Nederlandse handelaar in duikspullen die al lang op Bonaire woont en werkt.

Hij vertelt hoofdschuddend dat agenten van de Marechaussee, een korps nu nieuw op Bonaire, hem op de tweede dag van het nieuwe jaar aanhield voor controle van de autopapieren, terwijl de overheid of de verzekeringsmaatschappij de documenten voor 2011 nog niet eens beschikbaar hadden. De vers uit Nederland overgevlogen agenten konden hartelijk lachen om dat verhaal. Een paar maanden later viel er koudweg een dagvaarding in de bus. “Ik snap dat als Nederlander nog wel”, zegt de duikmaterialenman, “maar bij de Bonairiaan zet dat enorm veel kwaad bloed. De Nederlanders waren bijzonder welkom toen ze hier als gast kwamen, maar niet meer nu ze zo de baas komen spelen.”

Robby Beukenboom is een politicus van de nieuwe generatie die voor de Aliansa Demokrático in de eilandsraad zit. Hij denkt dat zelfs bij de rivalen van de Union Patriótico, die voorstander waren van de aansluiting bij Nederland, het sentiment nu omslaat. “Die zien ook dat naast het winkeltje van hun oom waar niet veel verdiend werd, maar wel net genoeg om de familie te eten te geven, nu een grote zaak verrijst van een Nederlander die denkt in termen investeren. Die kan het met zijn euro’s wel uithouden tot het kleine zaakje het heeft begeven.”

Er komt nog een referendum of er wel draagvlak is op Bonaire voor de wetgeving uit Nederland over homohuwelijk, abortus en euthanasie. “Ik kan me voorstellen dat dit inzicht geeft in het lokale sentiment”, zegt Beukenboom. “Als blijkt dat de gezamenlijke aanhang van de oude politieke rivalen met 60 of 70 procent tegen is, dan is het hek van de dam.”

Staatssecretaris van Financiën, Frans Weekers, heeft eind vorige maand tijdens zijn werkbezoek aan Bonaire toegezegd maatregelen te nemen voor lastenverlichting voor de inwoners van Caribisch Nederland, maar blijkbaar heeft niet enkel de tollenaar de stemming verziekt.