Sinterklaas’ extra Zwarte Pieten hebben lol in Willemstad

De Sinterklaasliedjes in het Papiaments schallen om acht uur ’s ochtends al over het Brionplein. De tribunes die er opgetrokken zijn zitten al half vol. Veel moeders beschermen hun kroost onder een parasolletje want het is warm in de blakende zon en Sinterklaas komt pas om negen uur aan in Otrobanda, het centrum van Willemstad.

De politie die op de been is om er op toe te zien dat alles in goede banen loopt, heeft geen speciale consignes gekregen. “Als er iets van anti racistisch protest verwacht werd, hadden we dat wel geweten”, zegt een van de agenten. Ze hebben het, vóór de Sint eindelijk de St. Annabaai invaart, het vooral druk met het wegwuiven van foutparkeerders.

Solange Sillie van de ‘Fundashon Pa Nos Muchanan’ (Stichting Voor Onze Kinderen) die de feestelijke intocht van Sinterklaas nu voor de zesde keer organiseert, is in de wolken met de grote opkomst.

Het publiek bestaat geheel uit Curaçaose ouders met hun kinderen. Je zou zeggen, het is een feest voor de Hollandse mama’s en papa’s met hun kindjes op het eiland. Die zijn er ook wel, maar vallen niet speciaal op tussen het veelkleurige publiek.

“Deze intocht wordt ontzettend gewaardeerd door de ouders en de kinderen, het is in korte tijd uitgegroeid tot een groot feest.”, zegt Solange.

Daarin heeft ze volkomen gelijk. Niet alleen de doelgroep is present, maar zoals bij alle grote Curaçaose volksfeesten is de tienerjeugd in grote getale aanwezig; de meisjes in de laatste zomermode, de jongens stoer op jacht. Overal staan de onontbeerlijke eetstalletjes. Sommige vaders hebben al een biertje in de vuist.

Heeft ze wel gehoord van het incident in Dordrecht waar anti-Piet activisten nogal bruut door de politie werden aangepakt? Jawel, maar ze verwacht in Willemstad geen protest. “Misschien zijn we hier nog niet zover”, zegt ze ironisch.

Groot gejuich en plezier onder het toegestroomde publiek als Sinterklaas eindelijk aan wal is.

De goedheiligman stijgt achterin een witte Ford Mustang cabriolet, naast hem een zwaaiende premier Gerrit Schotte. Op de voorbank naast de chauffeur zit een Zwarte Piet.

Achter de Mustang lopen de overige paar dozijn Zwarte Pieten die steeds wilder samba dansen op het opzwepende ritme van de carnavalsdrumband. Vorig jaar bestond die band ook nog uit Pieten, maar dit jaar draagt de ritmesectie van Sinterklaas de T-shirts van de sponsor.

Moeders tillen de allerkleinsten op. De grotere kinderen komen nog niet boven de dranghekken uit en steken hun handen door de spijlen, reikend naar de Pieten voor snoep.

Barbara, een Curaçaose van een jaar of dertig, heeft vrolijk uitdagend een leuk rood mijtertje spottend schuin in d’r haar gewerkt en een korte Klaascape om de schouders. Haar twee zoontjes, nog in de gelovende leeftijd, zien er geweldig uit in hun satijnen Piet pakjes. Hoe legt ze dat haar gekleurde kinderen uit, van die Zwarte Piet?

“Nou, de Pieten zijn extra zwart van het roet omdat ze door de schoorsteen moeten kruipen om cadeautjes te geven aan de kinderen in de koude landen. Maar als ze hier klaar zijn, dan kunnen ze zich flink schrobben en dan zien ze er weer normaal uit.”

Wie goed naar de Zwarte Pieten kijkt, begrijpt het meteen. Het zijn extra zwart geschminkte Curaçaoënaars, die als ze zich wassen, er inderdaad weer gewoon gekleurd uitzien als iedereen.

Dat is niet het enige verschil met de Pieten in Nederland. Op Curaçao zijn het de aanstichters van het feest. Het zijn geen half achterlijke Uncle Tom zwarten, maar dynamische jonge dansers en acrobaten die zich meer als rolmodel aandienen dan als bangmaker of dociele knecht. Die ouwe witte man met die scheve mijter knapt zijn klusje op en de Pieten het hunne. En een lol dat ze hebben.

Als het feest op het Brionplein bijna ten einde loopt breekt er een wolk boven Otrobanda. De parasolletjes doen nu dienst als paraplu. De meeste kinderen en hun ouders zijn al snel doorweekt tot op de huid. Ze vluchten naar hun auto’s.

Sinterklaas is op Curaçao aangekomen. Over de dertig jolige Zwarte Pieten die samen met hem van de sleepboot Orca VI aan de wal kwamen, is geen onvertogen woord gevallen.

Of wacht; aan de overkant van de St. Annabaai, nog amper leesbaar vanaf het Brionplein, hangt aan een muur in Punda één spandoek. Zonder activisten. Niemand slaat de door wind en regen omgeklapte punt weer om, zodat wat er op staat weer leesbaar wordt: “Sinterklaasfeest is racisme”.