More from: Curaçao


De ‘roots’ van het Nederlandse honkbalsucces

‘In de jaren vijftig en zestig was voetbal op Curaçao de populairste volkssport’, vertelt Alvin “Fichi” Fléming, ‘maar dat veranderde in het begin van de zeventiger jaren met de promotie naar de hoofdklasse van de Blue Hawks, een ploeg die voor het merendeel werd bevolkt door de jeugd van Otrabanda. Toen werd honkbal hier de grootste sport.’ Lees meer..


Schotte gaat met boodschap van onafhankelijkheid naar Nederland

Premier Gerrit Schotte gaat de eerste stappen van Curaçao op weg naar onafhankelijkheid aankondigen. Die nieuwe visie op de verhouding tussen het Caribische eiland en Nederland gaat hij presenteren op de Koninkrijksconferentie van 14 december in Den Haag. Dan zitten de delegaties van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland samen aan tafel om over het Koninkrijk te spreken. Het thema is dit jaar ‘buitenlands beleid’. Lees meer..


Koninklijk gezelschap wordt koel ontvangen op Curaçao

WILLEMSTAD – Het gevreesde protest bij het bezoek van Koningin Beatrix aan Curaçao mocht geen naam hebben, maar de belangstelling van de Curaçaoënaars evenmin.

Voor de plechtige ontvangst van de majesteit door gouverneur Frits Goedgedrag in Fort Amsterdam en de aansluitende foto met premier Gerrit Schotte waren er schoolkinderen gemobiliseerd, maar de bevolking die vijf jaar geleden nog het hele binnenplein van het fort vulde was – op een paar tientallen belangstellenden na – weggebleven.

Even later, bij de Curaçaose Staten, stond amper een dozijn leden van de nationalistische partij Pueblo Soberano de koningin en haar gevolg op te wachten. Het was een zeer heterogeen protest; er werden bordjes opgehouden met zowel teksten tegen de gewraakte Wet Personenverkeer die de migratie van Curaçaoënaars naar Nederland moet inperken, als tegen de Bilderbergconferentie.

Vóór het bezoek was er nog geopperd dat de koningin het bezoek aan Curaçao maar moest schrappen omdat de politieke polarisatie op het eiland zo groot was geworden, dat rellen niet te voorkomen zouden zijn.

Op de avond vóór het bezoek van koningin Beatrix
had de oppositie in Willemstad ruim duizend mensen op de been weten te brengen voor demonstratie tegen de regering Schotte. In die regering participeert ook Pueblo Soberano. Op de demonstratie drongen verschillende sprekers aan op onderzoek naar de integriteit van sommige ministers uit het kabinet.
Een journalist van de lokale televisie dacht dat het gebrek aan belangstelling voor het koninklijk bezoek te wijten was aan het ‘Wielseffect’. Helmin Wiels is de leider van Pueblo Soberano en de meest zichtbare volksvertegenwoordiger van het eiland. Hij bepleit de Curaçaose onafhankelijkheid.

Van tevoren had Wiels gezegd dat hij in de Staten de hand van de koningin niet zou schudden. Door zijn invloed zouden veel mensen weggebleven zijn.

De meeste aanwezigen op het plein gaven echter als nuchtere verklaring voor de geringe opkomst dat dinsdag voor iedereen een gewone werkdag is. In ieder geval is het een breuk met het verleden toen voor iedereen op Curaçao elk koninklijk bezoek een niet te missen hoogdag was.

Wiels kwam inderdaad niet opdagen in de Staten voor het bezoek van het koninklijk gezelschap, maar PS-partijvoorzitter Cijntje probeerde de koningin het manifest aan te bieden waarin de partij op 2 juli van dit jaar had beschreven hoe ze de onafhankelijkheid van Curaçao wil bewerkstelligen. De majesteit nam het manifest niet aan. Ze wees naar minister Donner van Koninkrijksrelaties die het document daarna kreeg overhandigd.

Nederland racistisch, Mauro wel welkom op Curaçao

De Curaçaose Statenvoorzitter Ivar Asjes en volksvertegenwoordiger Helmin Wiels, beide van Pueblo Soberano (PS), hebben aangeboden de Angolese Mauro Manuel op Curaçao toe te laten als Nederland hem uitzet.

Asjes heeft al aan de lokale minister van Justitie Kadè Wilsoe – eveneens PS – gevraagd alles in orde te maken voor het geval dat Mauro en zijn pleeggezin op het aanbod willen in gaan.

De PS kopstukken vinden dat het met de Mauro kwestie duidelijk is geworden “dat Nederland een racistisch land is geworden”.

“Wij willen aan de hele wereld duidelijk maken dat er in het koninkrijk ook landen zijn, die niet racistisch zijn”, zegt Asjes. Wiels ziet in de Mauro-zaak een kans om “Nederland een les te leren in humaniteit.”

Volgens het Curaçaose ministerie van Justitie is het juridisch mogelijk asielzoekers die in Nederland uitgeprocedeerd zijn in Curaçao toe te laten. Het eiland heeft haar eigen “Landsverordening Toelating en Uitzetting” die onafhankelijk van Nederland wordt toegepast.

Het is op Curaçao de minister van Justitie die uiteindelijk bepaalt of iemand wordt toegelaten of afgewezen.


Lokaal onderzoek naar corruptie levert niets op

De Curaçaose ministers die verdacht worden van corruptie, worden niet vervolgd. Er was op 26 mei aangifte tegen ze gedaan, maar het OM liet vrijdagmiddag weten dat maandenlang feitenonderzoek door de Landsrecherche niets heeft opgeleverd om een strafrechtelijke zaak te kunnen beginnen tegen de bewindslieden. Van premier Gerrit Schotte had het OM al eerder gezegd dat er geen aanleiding was om tot vervolging over te gaan.

Het gaat hier over de ministers wiens handel en wandel onder de loep zou moeten worden genomen volgens het rapport van Paul Rosenmöller.

Die had in opdracht van de Rijksministerraad een onderzoek verricht naar de integriteit van publieke functionarissen op Curaçao nadat premier Schotte en de directeur van de Centrale Bank Emsley Tromp elkaar op radio en tv ervan hadden beschuldigd corrupt te zijn. Van officiële zijde is op Curaçao niet meegewerkt aan het rapport van Rosenmöller.

Rosenmöller concludeerde dat het Curaçaose parlement dringend opdracht zou moeten geven aan een ‘commissie van wijzen’ om de integriteit van sommige politici te laten onderzoeken. Of de president van de Centrale Bank correct zijn werk doet, moest volgens hem vastgesteld worden door de Rekenkamer van Curaçao.

In de Tweede Kamer vond vooral de PVV dat maar een slappe oplossing. Die wilde dat Nederland direct zou ingrijpen om op Curaçao orde op zaken te stellen. Op het eiland zelf heeft de regerende coalitie het onderzoek van Rosenmöller veroordeeld als ongewenste inmenging in de zaken van een autonoom land.

Vrijdag heeft de Curaçaose minister van Justitie Elmer Wilsoe blijkbaar zelfs instructies gegeven aan de Procureur Generaal om een onderzoek te starten naar strafbare feiten die Rosenmöller en de lokale ambtenaren met wie hij heeft gesproken zouden hebben begaan, bij het samenstellen van dat rapport.

Corruptie en de Caribische eilanden van het Koninkrijk, het is een repeterend verhaal. Behalve het rapport van Rosenmöller is er pas nog een studie van het Ministerie van Justitie uitgekomen over corruptie op Aruba. Er wordt eerdaags een criminaliteitsbeeldanalyse over St. Maarten verwacht waarin sprake is van corruptie op het hoogste bestuursniveau. Op Bonaire loopt een nieuw onderzoek in de zaak Zambezi waarin ten minste één politicus die in het bestuurscollege zit, wordt beschuldigd van ernstige corruptie.

Rosenmöller analyseert de corruptie op Curaçao in zijn rapport. Op een klein eiland met amper 150.000 inwoners zit de politiek dicht op de mensen, zo staat er in te lezen. De verschillende groepen van de samenleving overlappen elkaar, maar er heerst grote interne loyaliteit. Onder katholieken of joden, onder lokale bewoners of Nederlanders, onder groepen van migranten of grote traditionele families, onder buurt- of partijgenoten. De afstand tussen loyaliteit en afhankelijkheid is klein. Patronage en vriendjespolitiek is van alledag en wordt ook geaccepteerd. Het systeem van ‘voor wat hoort wat’ ligt overal op de loer. Kapitaalkrachtigen hebben invloed op het bestuur. Kiezers die afhankelijk zijn van gunsten van bestuurders roepen hen niet ter verantwoording en laten de bestuurlijke arrogantie over zich heen komen.

De Curaçaose politicoloog en bestuurskundige Miguel Goede onderschrijft dat corruptie op de kleine eilanden van de Cariben een specifiek karakter heeft. Hij voegt er aan toe dat in samenlevingen met een schrijnend verschil tussen arm en rijk, corruptie nog wordt versterkt. “Tegenwoordig wordt je status bepaald door wat je hebt”, zegt hij, “waarden en normen staan onder druk. Hebzucht heerst overal ter wereld. Als je enige waarde nog die is van het geld, dan komt je morele verdediging onder druk en valt de beslissing om wel of niet corrupt te zijn wel eens gemakkelijk verkeerd uit.”

Of er op de eilanden van de Nederlandse Cariben nu meer of minder corruptie is dan vroeger, kan hij niet zeggen. “Er is nooit een nulmeting geweest, maar door betere communicatiemogelijkheden is het luiden van de klok gemakkelijker en komen er meer kwesties aan het licht.”

“Vergeet ook niet dat it takes two to tango”, zegt Goede, “er is voor iedere corrupte persoon ook een corrumperende partij. Voor grote investeerders is het in deze maatschappij zonder al te veel barrières ook snel efficiënt om met steekpenningen tot zaken te komen.”

Rosenmöller staat op het standpunt dat de integriteitskwesties vooral op Curaçao zelf moeten onderzocht worden en aangepakt. De Rijksministerraad dringt er bij de Curaçaose Staten op aan de aanbevelingen van Rosenmöller serieus te nemen.

Een andere conclusie kan ook niet getrokken worden. De spelregels tussen de autonome landen van het Koninkrijk bepalen nu eenmaal dat er pas in allerlaatste instantie gebruik kan gemaakt worden van de regels die ingrijpen door Nederland mogelijk maken. Er moet dan al sprake zijn van chaos, er is nu er alleen sprake van vuile politiek.

Iedereen op Curaçao vindt transparantie en strijd tegen corruptie een topprioriteit, maar voorlopig vindt enkel de aanhang van de oppositie dat Nederland zou moeten ingrijpen.


1 jaar na 10-10-10: Autonomie brengt vooralsnog weinig vooruitgang op Curaçao en St. Maarten

Als je aan tien willekeurige Sint-Maartenaren vraagt wat er voor ze is veranderd nu hun eiland bijna een jaar geleden een autonoom land is geworden, luidt het antwoord tien keer: “niets”.

“Dat is toch fantastisch”, meent Richard Gibson, de vertegenwoordiger van St. Maarten in het College financieel toezicht (Cft), “dat betekend dat het eiland niet in chaos ten onder is gegaan, dat de nieuwe instituties werken en dat het land blijkbaar goed bestuurd wordt.”

Met een zuur gezicht denkt hij terug aan de dagen vlak voor 10 oktober 2010. In Den Haag twijfelde men er tot het laatste moment aan of St. Maarten zijn autonome status wel aankon; het eiland zou daar nog niet klaar voor zijn.

“St. Maarten heeft de financiën op orde en gaat voor komend jaar een sluitende begroting indienen vóór 1 januari”, verzekert Gibson, “de gewenste landelijke bestuursorganen zijn opgericht en functioneren redelijk als je in acht neemt dat we daar nu amper een jaar ervaring mee hebben.”

Het Cft had die begroting al willen hebben vóór 1 september, maar die datum heeft ook het nadere nieuwe land Curaçao niet gehaald. Daar kreeg de minister van Financiën bovendien zijn conceptbegroting terug van het Cft met de opmerkingen dat er onvoldoende garanties waren dat de geprojecteerde inkomsten ook zullen gehaald worden.

Gibson wijst er fijntjes op dat de twee dingen die Nederland tegen de zin van Sint Maarten heeft doorgedrukt, allebei niet functioneren: de gemeenschappelijke centrale bank met Curaçao en de gemeenschappelijke Procureur Generaal. Van een centrale bank is niks in huis gekomen door gekrakeel op Curaçao en de afspraken over de PG zijn “leeg” gebleven, zegt hij.

Op Curaçao is het anders. Toen de Nederlandse Antillen ophielden te bestaan en het eiland zijn autonome status verwierf, kreeg de lokale bestuurslaag landelijke verantwoordelijkheid. “Er moesten diensten worden aangestuurd die voorheen onder Antilliaans bestuur vielen en dat lukt niet altijd zonder slag of stoot”, zegt Maurice Adriaens, nog minister in het laatste Antilliaanse kabinet, nu directeur van de Curaçaose Airport Holding (CAH), “dat leidt tot verwarring en tot stagnatie. Beslissingen worden uitgesteld of slecht genomen omdat het nog niet helder is wie welke rol dient te spelen en hoe.”

Het helpt ook niet dat op 10-10-10, onder leiding van de jonge premier Gerrit Schotte, een ploeg aan de macht kwam van politici met weinig bestuurservaring die moeite heeft een coherente visie voor de toekomst te formuleren. Die regering heeft niet enkel het economische getij tegen. Ze moet ook opboksen tegen de oude rotten in het politieke vak die niet zonder rancune over het verlies van de macht soms giftig oppositie voeren. Netwerken van partijen en organisaties die elkaar vroeger de bal toespeelden hebben zich verenigd in ad hoc comités die roepen dat met Schotte op Curaçao het einde onderhand nabij is.

Dat lijkt ook al gauw zo als de bouw van het nieuwe ziekenhuis weer wordt uitgesteld, de luchthaven zijn veiligheidsclassificatie dreigt te verliezen, de stroom om de haverklap uitvalt op het eiland, in de gevangenis gedetineerden elkaar doodschieten, cao-besprekingen bij het overheidsnutsbedrijf Aqualectra al sinds januari vastzitten, coalitiepartners ruziënd over straat rollen en het land amper een jaar na de gedeeltelijke schuldsanering door Nederland al weer krap bij kas zit. Vorige week hoorde de minister van Financiën nog van het IMF dat er dringend wat moet gebeuren aan het tekort op te betalingsbalans. Dat zijn allemaal kwesties die al jaren aanslepen, maar ook door deze nieuwe regering met al haar bravoure nog niet zijn aangepakt.

Maar de grootste lokale krant “Amigoe” kopte laatst, dat volgens een recente opiniepeiling, de huidige regering nog steeds beter wordt gewaardeerd dan de vorige. De redactie van de Wereldomroep berekende dat de ploeg van Schotte met 5,7 als rapportcijfer een voldoende scoort, zij het krap.


Curaçao zucht onder golf van diefstallen

Gewezen politiecommissaris Jaime Cordoba, nu Statenlid voor Pueblo Soberano, kwam met indrukwekkende criminaliteitscijfers naar het Curaçaose parlement. Gemiddeld worden er de laatste jaren zo’n 25.000 aangiftes gedaan van diefstal, maar dat liep vorig jaar op naar 29.000.

Met een bevolking van 160.000 zielen is de vraag op Curaçao niet zozeer óf je bestolen zal worden, maar wannéér.

Anderhalve week geleden waren dokter Pieter van der Burgh en zijn vrouw Marion aan de beurt. Het stel kreeg thuis in Boca Sint Michiel, een liefelijk dorpje aan zee “waar nooit wat gebeurt”, bezoek van drie inbrekers die het stel bewerkten met een hamer en een koevoet.

Pieter van der Burgh werd bewusteloos geslagen en Marion werd gewurgd met de koevoet op de strot. Het stel werd in de badkamer opgesloten en alles van waarde in hun huis werd meegenomen.

Niet alle 29.000 diefstallen gaan gepaard met zoveel geweld, maar een beleidsmedewerker van het Openbaar Ministerie op het eiland bevestigt dat het aantal roofovervallen met geweld of bedreiging de laatste tijd is toegenomen. Vorig jaar waren er tot eind juni 233 gewelddadige overvallen gepleegd, dit jaar zijn er dat 265. Bij sommige zijn doden gevallen.

Minister van Justitie Elmer Wilsoe, onder de indruk van de cijfers van zijn partijgenoot Cordoba, presenteerde een “Plan van Aanpak Criminaliteit” om met name geweld- en vermogensdelicten te voorkomen.

Hij zet in op meer opvoeding, onderwijs en sociale vorming, vooral in de achterstandswijken waar de daders van de overvallen vaak blijken te wonen.

Wilsoe vindt ook dat daders die eerder zijn veroordeeld en bepaalde gezinnen met jongeren die het risico lopen te vervallen in crimineel gedrag, persoonlijk moeten worden begeleid.

Hij wil de burgers bewust maken van hun eigen verantwoordelijkheid en de potentiële slachtoffers overtuigen van het belang van goede preventie: niet te koop lopen met dure spullen en beveiliging, verlichting en goed hang- en sluitwerk aanbrengen.

De minister wil ook meer politie op straat die meer verdachten controleert en hij wil dat bij de opsporing gebruik maakt van moderne recherche middelen. Vorig jaar werd, volgens het OM, slechts 37,6 % van de overvallen opgelost.

Pieter van der Burgh is ondertussen al weer aan het werk. Hij is de medisch directeur van het lokale ziekenhuis. Van der Burgh heeft nog gehoorschade van de klappen die hij heeft opgelopen, maar hij maakt zich veel meer zorgen om zijn vrouw. “Ik ben knock-out geslagen en ik heb de overval niet bewust meegemaakt”, zegt hij, “maar Marion is nog steeds overstuur en haar gevoel van veiligheid is weg. Het is cynisch dat net zij zo moest worden aangepakt. Ze vangt kansarme tienermoeders en hun kinderen op.”

Van der Burgh werkt – aan en af – al sinds 1975 op Curaçao en ziet in het ziekenhuis het bewijs dat de gewelddadigheid in de loop van de jaren is toegenomen op het eiland. “Mensen ondergingen vroeger lijdzamer hun lot. Die jongeren gaan niet voor de lol een overval plegen, het is een combinatie van armoede en uitzichtloosheid die ze daartoe drijft en ze worden de laatste tijd steeds driester.”

De arts is niet onder de indruk van het zoveelste ministeriële plan van aanpak om de criminaliteit terug te dringen: “Armoedebestrijding heeft net zoals bij de vorige regeringen geen prioriteit en dat is toch wat het probleem moet oplossen.”

Er is ook nog niet veel te merken van de versterking en het meer efficiënt maken van politie en justitie. Dat was voor Nederland vorig jaar zo’n punt, ten tijde van het autonoom worden van Curaçao als land, en daar wilde het een grote rol in spelen. “Alles valt of staat met de financiën”, zegt de beleidsmedewerker van het OM.

 

 

 

 


Migranten op de korrel

“Da You” is niet meer de pittoreske Chinese toko van weleer. De winkel van eigenaar Youhong Zhen is uitgegroeid tot een praktische, moderne buurtsuper. Maar net als vroeger, toen het nog een rommelig zaakje was, is hij open vóór acht uur ’s ochtends en sluit hij nooit vóór tienen ’s avonds.

Het houten bankje voor de deur is ook gebleven. Dat is nog steeds de ontmoetingsplek bij uitstek voor de Curaçaose mannen die in de loop van de dag grote behoefte krijgen aan een koud biertje.

Elke buurt heeft zo een zelfde minimarkt en bijna altijd wordt die gerund door een Chinese migrant met zijn familie. Als die kleine supermarkten er niet zouden zijn, moesten ze uitgevonden worden want zonder het onvoorstelbare assortiment aan spullen dat er wordt verkocht, ook nog eens aan de laagste prijzen, functioneert de buurt niet. Om van de noodzakelijke voorziening van koude biertjes maar niet te spreken!

De eigenaren worden nog steeds zonder veel eerbied met “hé chino” aangesproken. Het wordt de nijvere Chinezen, die letterlijk elke dag van het jaar de hele dag open zijn, nu bovendien ook nog eens verweten dat ze de Curaçaose economie schade berokkenen.

Volgens de Partido Laboral worden er door de Chinezen geen lokale arbeidsplaatsen gecreëerd en exporteren ze deviezen. “Wij zijn niet tegen migranten, maar hun bedrijfsvoering mag niet tegen ons land en volk gericht zijn”, zegt de partij. In een persbericht wordt betreurd dat het voornamelijk de Chinezen zijn die de laatste jaren zijn doorgedrongen in de minimarkten en de kleine restaurants.

Zonder veel bewijsvoering worden de Chinezen ook in verband gebracht met illegaal gokken, illegale prostitutie en handel in illegale producten. Het schijnt dat de Chinezen alles kunnen doen zonder gehinderd te worden door justitie, schrijft de PL. “De lokale Chinese economie levert oneerlijke concurrentie op voor lokale bedrijven die wel gebonden zijn aan controle op arbeid, hygiëne en belastingen.”

Deze hetze tegen de Chinezen is nieuw. Er is misschien altijd wel iets van onderhuidse frictie geweest tussen de lokale bevolking en migranten, maar het is nu virulent omdat er blijkbaar politiek mee gescoord kan worden.

De Partido Laboral is een kleine linkse partij die is voortgekomen uit een vakbond en heeft ooit redelijk succes gehad. Hun “swooping statement” over de Chinezen heeft veel mensen verrast. Bij de laatste verkiezingen hebben ze echter geen zetels meer gehaald. Met dit migranten thema komen ze weer in de belangstelling.

Het groeiende politieke sentiment om Curaçao te willen teruggeven aan de Curaçaoënaars richt zich niet alleen tegen de Chinezen.

Er wordt ook luid afkeer geventileerd van Nederlandse stagiairs. Daar zijn er zo, het hele jaar door, gemiddeld een duizendtal van te vinden op het eiland.

Jaime Cordoba van Pueblo Soberano (PS) heeft het over die “horde Nederlanders” en beweert dat “de lokale studenten amper stageplaatsen kunnen krijgen terwijl de Nederlandse studenten kunnen kiezen”.

Partijleider Helmin Wiel van PS meent bovendien dat die Nederlandse stagiaires na hun stageperiode hier blijven werken en zo banen inpikken van de lokale bevolking.

Dat soort oprispingen tegen Europese Nederlanders zijn er altijd wel geweest, maar nu zit de PS, die daar graag gebruik van maakt, in de regerende coalitie.

“Het vinden van een stageplek is inderdaad niet eenvoudig,” zegt Maarten de Jong, directeur van “Bureau Wereldstage” die bij lokale bedrijven bemiddelt voor Nederlandse stagiairs. Als de gewenste stageplek niet gevonden wordt door een lokale student, heeft dit volgens hem niets te maken met de aanwezigheid van Nederlanders.

Hij is in gesprek met de ministers van Onderwijs, Economische Zaken en Sociale Zaken om het negatieve sentiment te keren en zijn bureau ook dienstbaar te maken voor de lokale studenten.

De Curaçaose studenten zouden volgens hem toch ook pro-actiever te werk moeten gaan. “Het vinden van een stage is bijna een vak op zich en de studenten hier kunnen op dat gebied nog veel leren”, zegt hij. “De docenten moeten niet op zoek gaan, maar slechts kennis van zaken aanreiken. Hierna moeten de studenten zelf gaan solliciteren.”

Pueblo Soberano is begonnen met een kruistocht tegen alle migranten. Ze combineren de hekel aan buitenlanders met oprechte zorg over de werkloosheid, die vooral onder de lokale jongeren erg hoog is. De partij heeft een initiatiefwetsvoorstel ingediend dat ervoor moet zorgen dat elk bedrijf op het eiland voor minstens 80 procent lokale mensen in dienst heeft.

Wiels wil dat vooral in de horeca en in de bouw Curaçaose arbeidskrachten worden tewerkgesteld, want “die moeten tegenwoordig toezien hoe voornamelijk niet-lokalen aan bod komen”, aldus Wiels. Als de wet wordt aangenomen, worden bedrijven bestraft die minder dan 80 procent lokale arbeidskrachten in dienst hebben. Uiteindelijk kan zo’n bedrijf zelfs gesloten worden.

In een populair eetcafé op het Wilhelminaplein in het hartje van Willemstad zijn de obers een mix van jonge Hollandse en Curaçaose meiden. De samenstelling wisselt zowat om het halve jaar. “Het is voor bijna iedereen die hier werkt eerder een tussenstation dan een carrière, zegt een serveerster met blonde krulletjes die net het eten brengt voor een tafeltje met Curaçaose klanten. Ze is geen stagiaire, maar verdient wat bij tot ze voor een vaste baan weer naar Nederland moet. Voor een lang gesprek over dreigend sluitingsgevaar heeft ze geen tijd want het is aanpoten rond de lunch.

Dat 80/20 wetsvoorstel is, sedert het werd ingediend, wel het gesprek van de dag. Dat kan ook niet anders, want op Curaçao zijn migranten onmisbaar om de dagelijkse gang van zaken draaiende te houden. Leraren komen vaak uit Suriname, de meubelhandel wordt gedreven door Libanezen, de lokale landbouw gebeurt door Portugezen, er wordt rond de villa’s in de betere buurten getuinierd door Haïtianen, de kappers en schoonheidsalons worden bevolkt door personeel uit de Dominicaanse Republiek. Er zijn mensen van 107 nationaliteiten op een eiland met 143.000 bewoners.

Een arbeidskrachtenonderzoek uit 2009 van het Curaçaose Centraal Bureau voor de Statistiek toont aan dat maar 73 procent van de beroepsbevolking een lokale arbeidskracht is. Zes procent is in Nederland geboren en 21 procent ergens anders.

Het aantal op Curaçao geboren werknemers is in 2009 ook nog eens met ruim 1.000 personen afgenomen, terwijl er bijna 1.300 buitenlandse werknemers zijn bijgekomen.

Van het totaal aantal buitenlanders op Curaçao is 6 procent werkgever en 12 procent kleine zelfstandige. Dat lijkt allemaal nogal mee te vallen, maar het klinkt anders in het perspectief van de Curaçaose economie: slechts 59 procent van de werkgevers is lokaal en 41 procent is buitenlands. Onder kleine zelfstandigen zijn de percentages respectievelijk 56 en 44 procent.

Joep Rooijakkers, de manager van een groot vervoers- en verhuisbedrijf, geeft de 80/20 wet geen kans. Hij heeft zelf voornamelijk Curaçaoënaars in dienst, dus het treft hem straks niet, maar hij begrijpt wel dat zonder import de hoeveelheid werk die er op het eiland is niet verzet kan worden. Zowel aan de bovenkant als aan de onderkant van de arbeidsmarkt zijn er migranten nodig voor jobs die de lokale bevolking niet kan of niet wil uitvoeren. “Het is grotendeels politieke retoriek,” zo zegt hij, “maar het houdt de gemoederen wel bezig.”

De kritiek op buitenlandse aanwezigheid op Curaçao is vaak ook gewoon kritiek op de mores van die buitenlanders.

Meestal spoort de manier van doen van de migranten niet met de traditie van de lokale bewoners. De migranten zijn druk met het boetseren van hun toekomst en doen dat op hun eigen manier. Ze zijn nu wel op Curaçao, maar dat is niet altijd het centrum van hun wereld.

De lokale bewoners hebben er vaak niet zo’n grote behoefte aan om door migranten te worden meegenomen in een grote vaart der volkeren. Ze houden er liever hun eigen manier van doen op na. Daarom mengt migrantenarbeid en lokale arbeid als olie en water en heerst er groot wederzijds onbegrip.

Respect voor de lokale gang van zaken, op het eigen eiland gerespecteerd worden als Yu di Kòrsou (Curaçaoënaar, in het Papiaments), dat is waar het schoentje knelt.

Ultranationalist Wiels verduidelijkte in een radio interview: “Iemand die hier gevestigd is en wiens papieren in orde zijn kunnen we beschouwen als Yu di Kòrsou, als die hier al geruime tijd woont. Als je onze taal spreekt, onze gewoonten, onze mensen, onze muziek en onze geschiedenis respecteert, dan ben je Yu di Kòrsou.”

Aan die criteria voldoet Youhong Zhen meer dan voldoende, maar hij heeft er niet zo’n behoefte aan om als Curaçaoënaar gecoöpteerd te worden. Als alles volgens plan verloopt gaat hij – na meer dan 10 jaar op Curaçao – tegen het eind van het jaar naar New York om daar een winkel te beginnen. Voor hem was de wereld al groot, nog vóór hij naar Curaçao emigreerde.

Overigens heeft bijna de helft van alle Curaçaoënaars in de loop van de jaren hun bestaan ergens anders op de wereld vorm gegeven. De andere helft is op het eiland gebleven.